Februari: Stilte voor de storm.

Februari behoort samen met November tot een van de minst dynamische maanden van het jaar. Alles wat je in Februari kunt zien, had je ook al in januari kunnen zien. Niettemin waren er in februari toch echte klappers. Wat de te denken van de Gewone Zeehond, die op de terugtocht van Duisburg naar de Noordzee pas bij de spoorbrug in Nijmegen werd opgemerkt. Hij moet kort daarvoor door de Gelderse Poort gezwommen hebben. De eerste golf Kraanvogels kondigde eind februari het voorjaar aan en de zon wint aan kracht waardoor insecten hun schuilplaatsen verlaten.

Aantallen
In januari waren al 1344 soorten gezien. In februari steeg het aantal door naar 1562. Dat is al ruim 31% van het doel van 5000 soorten in de eerste twee wintermaanden. Maar het mag duidelijk zijn, de lente is nodig om weer veel nieuwe soorten te kunnen ontdekken.

Nieuwe soorten voor de Gelderse Poort
In februari werden in totaal 64 soorten gemeld die nog nooit in de Gelderse Poort gemeld waren. De meeste soorten, die nieuw gemeld worden, betreffen kleine beestjes, paddenstoelen, weekdieren, mossen en korstmossen waarbij regelmatig een microscoop nodig is. Een mooi zeer zeldzame en zeer lokale soort, de Late Meidoornspanner zat bij het lampje bij de ingang van het kantoor van SBB in de Groenlanden. Een nieuwe soort als de Huisspringspin werd voor het eerst gemeld, maar is waarschijnlijk geen zeldzaamheid, maar is eerder onopvallend voor de meeste waarnemers. 

Figuur 1. Verdeling nieuwe soorten over soortgroepen.

Verdeling over soortgroepen
De verdeling over de soortgroepen is in februari nauwelijks veranderd. Het is immers nog winter en dezelfde soortgroepen laten zich maar beperkt of helemaal niet zien. Dat in de winter veel naar mossen en korstmossen gekeken wordt, is bekend, maar ook van veel plantensoorten zijn nog exemplaren te vinden.  Naast mossen en korstmossen is de winterperiode ook een goede periode voor het zoeken naar weekdieren en geleedpotigen. Figuur 2 geeft de verdeling weer voor wat gezien is tot en met februari.

Figuur 2. Verdeling soorten over soortgroepen.

Op naar de 5000!
Om in 2022 de 5000 soorten te zien, moeten we 75% van het totaal aantal ooit waargenomen soorten zien. Op 28 februari stond de Bioblitz teller op 1614 soorten. Dit is 32,3% van het einddoel 5000. Figuur 3 laat zien welk deel van de soorten bij een soortgroep al gezien zijn. Vanzelfsprekend is dit percentage bij vlinders, sprinkhanen en libellen heel laag. Bij mossen en korstmossen en ook zoogdieren is echter al een groot deel van de buit binnen.  Tot medio maart zal de aandacht ongeveer hetzelfde blijven. Zodra het voorjaar begin krijgt, zal de focus snel verschuiven en zullen andere soortgroepen zich aandienen.

Figuur 3. Aandeel al gezien per soortgroepen.