Augustus: Het doel van 5000 soorten bereikt

Figuur 1  Koreaanse Netel Ooij (foto: Erik van Dijk)

Augustus 2022 was zeer droog, zeer zonnig en warm.

Aantallen

Eind augustus stond de teller op 5251 soorten. Dat is maar liefst 486 soorten meer dan de eindstand van juli. Het doel van 5000 soorten is inmiddels ruim gepasseerd. 

Nieuwe soorten voor de Gelderse Poort

In totaal werden in augustus 157 nieuwe soorten voor de Gelderse Poort gemeld. De echte topper was de ontdekking van een Witlijnprachtuil Grammodes stolida door Frans Post in de Gelderse Poort om ongeveer 4:00 ‘s nachts. Een nieuwe macronachtvlinder voor Nederland! De dichtstbijzijnde plekken waar de soort voorkomt zijn de Oostelijke Alpen, Cevennen en Zuid-Zweden. Tijdens het nachtvlinderen bij het Wylerbergmeer dook de enorme Lederboktor Prionus coriarius op. Dit is een soort van oude bossen en het exemplaar zal dan ook vanaf stuwwal naar de Gelderse Poort zijn gezworven. Een andere curieuze nieuwe soort is de Schaarse Muggenwants Empicoris rubromaculatus. Deze wants is pas voor het eerst in 2010 in Nederland gezien en de tweede waarneming liet tot 2017 op zich wachten. 

Tot slot was er een vondst van een Koreaanse Netel Agastache rugosa. Een van de vele tuinvlieders die in de Gelderse Poort opdoken. Tuinvlieders zijn plantensoorten die zich vanuit tuinen voortplanten en op straat de eerste stap zetten in de richting van inburgering in de Nederlandse flora. Het is echter maar een klein deel van de tuinvlieders dat duurzame populaties vestigt in de openbare ruimte van steden en dorpen en daarmee succesvol inburgert. Sommige soorten zullen zich uiteindelijk ook buiten de bebouwde kom vestigen. En een heel klein aantal van soorten zoals Reuzeberenklauw en Reuzebalsemien is hierbij invasief en kan hele gebieden overwoekeren. Waar in deze ratrace de Koreaanse Netel strand is nog ongewis.

Het totaal aantal nieuwe soorten voor het 5000-soortenjaar kwam daarmee eind augustus op 1017. 

Figuur 2 geeft de verdeling van nieuwe soorten over de soortgroepen weer tot en met augustus 2022. 

Figuur 2 Verdeling nieuwe soorten over soortgroepen
Figuur 2 Verdeling nieuwe soorten over soortgroepen

Verdeling over soortgroepen

Figuur 3 laat de verdeling van de soortgroepen over de reeds 5251 gemelde soorten zien. Het aantal plantensoorten is met 965 het grootste. Zou het aantal van 1000 plantensoorten in één jaar gehaald worden? De extreem droge zomer van 2022 heeft veel lange nachtvlindernachten opgeleverd, maar voor de paddenstoelenoogst zal dit wel een domper kunnen worden. Veel soorten paddenstoel slaan bij ongunstige omstandigheden een jaartje over en blijven ondergronds. 

Figuur 3 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen
Figuur 3 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen

De 5000 voorbij!

Inmiddels is het aantal van 5000 soorten ruim gepasseerd. Een nieuw doel? In het veel grotere gebied de Hollandse Duinen met meer floradistricten en een stuk zee kwamen vrijwilligers in 2018 tot 6812 soorten. Dat is nog slechts 1600 soorten meer dan tot op heden gezien en met nog 4 maanden voor de boeg zou je denken dat het moet kunnen, maar het wordt natuurlijk steeds lastiger. Voor paddenstoelen wordt het waarschijnlijk een slecht jaar en alles wat je typisch in november en december ziet, had je ook al in januari of februari kunnen zien.  Reëler is het doel bij te stellen tot 6000 wat ook al heel erg mooi en boven verwachting is.

Figuur 4 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen relatief
Figuur 4 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen relatief
Figuur 5 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen absoluut
Figuur 5 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen absoluut

Dit artikel is een tussenstand. Waarnemers hebben enerzijds nog talloze foto’s met mogelijk nieuwe soorten en anderzijds zijn onvermijdelijk niet alle determinaties juist. Kortom de aantallen voor augustus gaan de komende tijd nog een beetje schuiven. Zowel omhoog als omlaag. Daarnaast kloppen de tellers bij waarneming.nl niet exact doordat embargosoorten uit sommige overzichten ontbreken en ontstaan daardoor kleine verschillen.

Juli: Volop zomer

Figuur 1 Hokjespeulzaadwesp – Bruchophagus astragali (foto:Niels Eimers)

Juli 2022 was zeer droog, zeer zonnig, maar niet bijzonder warm.

Aantallen

Eind juli stond de teller op 4765 soorten. Dat is 365 soorten meer dan de eindstand van juni. De toename van nieuw waargenomen soorten is dus flink gedaald in vergelijking met toen in één maand maar liefst 900 soorten werden toegevoegd aan de lijst van 2022. Dat is inmiddels 95% van het doel van 5000 soorten. 

Nieuwe soorten voor de Gelderse Poort

In totaal werden in juli 137 nieuwe soorten voor de Gelderse Poort gemeld. De echte topper was een ontdekking van Niels Eimers; hij vond Hokjespeulzaadwesp (Bruchophagus astragali). Deze parasiet, die zijn eitjes in de zaden van Hokjespeul legt, was nog niet eerder in Nederland waargenomen. De waardplant Hokjespeul heeft alleen in het Oostelijke riviergebied en Zuid-Limburg een natuurlijk voorkomen. En plantenkenner Niels sloeg vlak daarvoor ook al toe met de Zwavelgele Peulkokermot Coleophora coronillae. Deze kokermot, die parasiteert op Bont Kroonkruid, was nog slechts enkele keren in Nederland gezien. Geïnspireerd door de ontdekking van Niels vonden tal van andere waarnemers met het juiste zoekbeeld en de waardplant de kokermot op 11 nieuwe uurhokken. Martien van Bergen vond op de zinderende vlakte van de oude steenfabriek in de Kekerdomse Waard de zeer zeldzame Slangenkruidboktor, een soort die in voorkomen vrijwel beperkt is tot Limburg.  

Het totaal aantal nieuwe soorten voor het 5000-soortenjaar kwam daarmee eind mei op 860. 

Figuur 2 geeft de verdeling van nieuwe soorten over de soortgroepen weer tot en met juli 2022. 

Figuur 2 Verdeling nieuwe soorten over soortgroepen

Verdeling over soortgroepen

Figuur 3 laat de verdeling van de soortgroepen over de reeds 4765 gemelde soorten zien. Het aantal plantensoorten is het grootste en het is maar de vraag of andere soortgroepen meer soorten op gaan leveren. In theorie zouden bijvoorbeeld kevers en paddenstoelen hier ruim overheen kunnen gaan, maar in tegenstelling tot planten zijn daar veel soorten lastig te determineren en/of piepklein.

Figuur 3 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen

Op naar de 5000!

Om 5000 soorten te halen, moeten we 65% van de ooit gemelde soorten vinden in 2022. Onderstaande grafiek toont welk deel van de soorten bij een soortgroep al waargenomen zijn. Inmiddels is bij 13 van de 20 soortgroepen meer dan 65% van de ooit gemelde soorten gezien in 2022. Van de paddenstoelen is slechts 37% van de ooit waargenomen soorten gemeld in 2022. Maar ook van de lastige groep van bijen/wespen/mieren is nog slechts 50% gezien.  

Figuur 4 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen relatief

Figuur 5 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen absoluut

Dit artikel is een tussenstand. Waarnemers hebben enerzijds nog talloze foto’s met mogelijk nieuwe soorten en anderzijds zijn onvermijdelijk niet alle determinaties juist. Kortom de aantallen voor juli gaan de komende tijd nog een beetje schuiven. Zowel omhoog als omlaag. Daarnaast kloppen de tellers bij waarneming.nl niet exact doordat embargosoorten uit sommige overzichten ontbreken en ontstaan daardoor kleine verschillen.

Juni: De zomer begonnen

Figuur 1 Circulifer haematoceps (foto: Erik van Dijk)

Juni 2022 begon droog maar was uiteindelijk erg nat en deze broodnodige regen viel in een verder warme maand met enkele (bijna) tropische dagen.

Aantallen

Eind juni stond de teller op 4400 soorten. Dat is maar liefst 902 soorten meer dan de eindstand van mei. In de zomer gaat het dus, zoals verwacht, hard. Dat is inmiddels 88% van het doel van 5000 soorten. 

Nieuwe soorten voor de Gelderse Poort

In totaal werden in juni 218 nieuwe soorten voor de Gelderse Poort gemeld. De echte topper was de cicade Circulifer haematoceps. Deze cicade was in Nederland nog uitsluitend op groene sedumdaken gevonden, maar nog nooit in de vrije natuur. Bij een excursie met cicadespecialist Marco Haas werd op Wit Vetkruid deze sedum-specialist gevonden. 

Wanda Floor-Zwart trof bij haar huis in Meinerswijk een Roestige Stipspanner, een nachtvlinder met jaarlijks nog geen 5 waarnemingen in Nederland. Youp van den Heuvel vond in de Millingerwaard de zeer zeldzame Populierenprachtkever (Agrilus ater), ook zo’n soort met enkele waarnemingen per jaar in Nederland. Niels Eimers sloeg tijdens zijn werk toe door op één dag drie regionaal zeer zeldzame grassoorten te ontdekken die je eerder in Limburg zou verwachten: Gevinde Kortsteel (Brachypodium pinnatum), Bergdravik (Bromopsis erecta) en Stijf Hardgras (Catapodium rigidum). Voor Stijf Hardgras was dit de eerste melding uit de Gelderse Poort.

Het totaal aantal nieuwe soorten voor het 5000-soortenjaar kwam daarmee eind mei op 723. 

Figuur 2 geeft de verdeling van nieuwe soorten over de soortgroepen weer tot en met juni 2022. Het aantal nieuwe soorten per soortgroep is inmiddels omgekeerd evenredig met de aandacht die de soortgroepen normaliter ontvangen. Bij vogels, vlinders, libellen, zoogdieren en zelfs planten blijkt het lastig nieuwe soorten te ontdekken. Bij planten lukt dat nog enigszins, maar vaak komt dit door tuinvlieders. 

Figuur 2 Verdeling nieuwe soorten over soortgroepen

Verdeling over soortgroepen

Figuur 3 laat de verdeling van de soortgroepen over de reeds 4400 gemelde soorten zien. Het aantal plantensoorten is het grootste en het is maar de vraag of andere soortgroepen meer soorten op gaan leveren. In theorie zouden bijvoorbeeld kevers en paddenstoelen hier ruim overheen kunnen gaan, maar in tegenstelling tot planten zijn daar veel soorten lastig te determineren en/of piepklein.

Figuur 3 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen

Op naar de 5000!

Om 5000 soorten te halen, moeten we 67% van de ooit gemelde soorten vinden in 2022. Onderstaande grafiek toont welk deel van de soorten bij een soortgroep al waargenomen zijn. Inmiddels is bij 10 van de 20 soortgroepen meer dan 67% van de ooit gemelde soorten gezien in 2022. Paddenstoelen lopen als verwacht achter, maar ook de lastige groep van bijen/wespen/mieren.  

Figuur 4 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen relatief
Figuur 5 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen absoluut

Dit artikel is een tussenstand. Waarnemers hebben enerzijds nog talloze foto’s met mogelijk nieuwe soorten en anderzijds zijn onvermijdelijk niet alle determinaties juist. Kortom de aantallen voor juni gaan de komende tijd nog een beetje schuiven. Zowel omhoog als omlaag. Daarnaast kloppen de tellers bij waarneming.nl niet exact doordat embargosoorten uit sommige overzichten ontbreken en ontstaan daardoor kleine verschillen.

Mei: Nog maar 1500 soorten te gaan

Figuur 1. Gaffelwaterjuffer – Coenagrion scitilum (foto: Peter Hoppenbrouwers)

Mei 2022 had een warme start en koele staart, was zonnig en redelijk nat.

Aantallen

Eind mei stond de teller op 3498 soorten. Dat is 70% van het doel van 5000 soorten en een toename van ruim 17,3% in een maand tijd. 

Nieuwe soorten voor de Gelderse Poort

In totaal werden in mei 137 nieuwe soorten voor de Gelderse Poort gemeld. De echte topper was een heuse populatie van de Duinsabelsprinkhaan (Platycleis albopunctata). In Nederland komt deze sprinkhaan alleen in de duinen voor en op de Kunderberg in Zuid-Limburg. Daarbuiten zijn geen waarnemingen behalve een claim met vage foto’s van dezelfde plek in de Gelderse Poort in 2007. Wat blijkt: in dit gesloten gebied is de soort de afgelopen 15 jaar waarschijnlijk gewoon aanwezig geweest. Na de eerste vondst van een nimf door Erik van Dijk op 21 mei, vond Peter Hoppenbrouwers enkele dagen later in een mum van tijd wel 30 nimfen. Ook erg leuk waren de eerste vondsten van de reeds verwachte Gaffelwaterjuffer (Coenagrion scitulum). Ondanks zijn kleine formaat rukt deze waterjuffer snel naar het noorden op. Na een eerste zwerver in Nederland in 2003 bij Tegelen, kreeg hij vaste voet aan de grond en trekt elk jaar een beetje verder noordwaarts. Een echte klimaatganger dus. Andere klimaatgangers die voor het eerst ontdekt werden in de GP, zijn het Mosbloempje (Crassula tillaea) door Remco Wester bij Meinerswijk en de Bonte dennenschildwants (Holcogaster fibulata) door Gerard Beersma in de Millingerwaard. Ook allebei soorten die van zeer zeldzaam of zelfs niet voorkomend naar steeds algemener verschuiven.

Het totaal aantal nieuwe soorten voor het 5000-soortenjaar kwam daarmee eind mei op 527.

Figuur 2 geeft de verdeling van nieuwe soorten over de soortgroepen weer tot en met mei 2022. De insecten drukken steeds zwaarder hun stempel op het aantal nieuwe soorten.

Figuur 2 Verdeling nieuwe soorten over soortgroepen

Verdeling over soortgroepen

Figuur 3 laat zien dat de soortgroepen die het meest gaan bijdragen aan de 5000 soorten langzaam komen bovendrijven. Kevers, nachtvlinders en andere insecten nemen rap in aantal soorten toe. Alleen de piek van de meest soortrijke soortgroep, de paddenstoelen, laat nog op zich wachten tot de herfst. Je hebt weliswaar ook paddenstoelen die specifiek in het voorjaar te zien zijn, maar deze soorten zullen het niet makkelijk gehad hebben dit droge voorjaar. 

Figuur 3 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen

Op naar de 5000!

Om 5000 soorten te halen, moeten we 69% van de ooit gemelde soorten vinden in 2022. Onderstaande grafiek toont welk deel van de soorten bij een soortgroep al waargenomen zijn. Inmiddels zijn van de zoogdieren, weekdieren, mossen, korstmossen, reptielen en amfibieën meer dan 69% van de ooit gemelde soorten gezien in 2022. Op 2/3 van de lente worden de verschillen in dekking voor de verschillende soortgroepen kleiner. Zoals verwacht zullen de paddenstoelen pas pieken in de herfst en blijft deze dekking nu nog achter.  

Figuur 4 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen relatief
Figuur 5 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen absoluut

Dit artikel is een tussenstand. Waarnemers hebben enerzijds nog talloze foto’s met mogelijk nieuwe soorten en anderzijds zijn onvermijdelijk niet alle determinaties juist. Kortom de aantallen voor mei gaan de komende tijd nog een beetje schuiven. Zowel omhoog als omlaag. Daarnaast kloppen de tellers bij waarneming.nl niet exact doordat embargo-soorten uit sommige overzichten ontbreken en ontstaan daardoor kleine verschillen.

April: Inmiddels halverwege de 5000

April 2022 was aan de koele kant met nog enkele zeer koude nachten. April was wel zonnig.

Aantallen

Eind april stond de teller op 2541 soorten. Dat is 52,8% van het doel van 5000 soorten en een toename van ruim 10% in een maand tijd. 

Nieuwe soorten voor de Gelderse Poort

In totaal werden in april 64 nieuwe soorten voor de Gelderse Poort gemeld. Zoals verwacht werden in april vooral veel nieuwe insecten ontdekt. Het aantal van 64 is relatief weinig. Mogelijk werden in april relatief weinig nieuwe soorten ontdekt, omdat de Gelderse Poort in de lente en zomermaanden relatief beter bekeken wordt dan in het koude seizoen wanneer doorgewinterde biologen naar weekdieren, (korst)mossen, geleedpotigen en paddenstoelen zoeken. Het totaal aantal nieuwe soorten voor het 5000-soortenjaar kwam daarmee in april op 368. 

Een mooie nieuwe soort was bovenstaande Luciferbladroller (Pammene rhediella) die André Geelhoed ontdekte in de Groenlanden. Opmerkelijk genoeg werd deze bladroller vervolgens op meerdere plekken gezien. Ook mooi was de Kirbya moerens de ontdekking van een zeer zeldzaam vliegje door Mars Gremmen. Het was pas de tiende waarneming in Waarneming.nl.

Een nagezonden bericht was de bevestiging op 26 april van de Negendoornige Wintersteenvlieg (Taeniopteryx schoenemundi) die werd gevonden in de Millingerwaard op 26 februari. Het is de eerste vondst in Nederland van deze soort buiten Midden-Limburg waar sinds 2010 een populatie bij de Roer en de Swalm aanwezig is. Ondanks het vermoeden dat de soort van kleinere rivieren lijkt te houden, blijkt de Waal toch ook geschikt. Het is een soort uit een familie waarvan het grootste deel door watervervuiling is uitgestorven. Het water van de Waal is dus inmiddels ook schoon genoeg voor dit lid uit de orde van Steenvliegen.

Figuur 2 geeft de verdeling van nieuwe soorten over de soortgroepen weer tot en met april 2022.

Figuur 2 Verdeling nieuwe soorten over soortgroepen

Verdeling over soortgroepen

Figuur 3 laat zien dat de verdeling over de soortgroepen nog sterk door de winter gekleurd is, maar de aantallen bij insecten en ook planten nemen inmiddels flink toe. Het zal echter nog wel even duren voor kevers en nachtvlinders de (korst)mossen inhalen. De paddenstoelen zullen gedurende het jaar een diesel zijn met een lange aanloop en pas in het najaar pieken, wanneer de andere soortgroepen reeds verwelken of doodgaan. Toch zullen zodra het blad ontluikt al wel allerlei roesten en branden ontdekt kunnen worden.  

Figuur 3 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen

Op naar de 5000!

Om 5000 soorten te halen, moeten we 70% van de ooit gemelde soorten vinden in 2022. Onderstaande grafiek toont welk deel van de soorten bij een soortgroep al waargenomen zijn. Inmiddels zijn van de zoogdieren, weekdieren, mossen en korstmossen meer dan 70% van de ooit gemelde soorten gezien in 2022. Figuur 4 en 5 geven een beeld van de tussenstand.

Figuur 4 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen relatief
Figuur 5 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen absoluut

Dit artikel is een tussenstand. Waarnemers hebben enerzijds nog talloze foto’s met mogelijk nieuwe soorten en anderzijds zijn onvermijdelijk niet alle determinaties juist. Kortom de aantallen voor april gaan de komende tijd nog een beetje schuiven. Zowel omhoog als omlaag. Daarnaast kloppen de tellers bij waarneming.nl niet exact en ontstaan daardoor kleine verschillen.

Maart: Voorjaar begonnen

Maart 2022 was op de laatste dag na een historisch zonnig en droge maand met meerdere dagen van tegen de 20 graden. Kortom het voorjaar werd naar voren getrokken en veel insecten lieten ze zich voor het eerst zien. En het venijn zat in de staart met wederom een dag kou en zelfs sneeuw.

Aantallen

Eind maart stond de teller op 2056. Dat is 41,3% van het doel van 5000 soorten in alleen de drie wintermaanden. Het einde van de winter bleek met het mooie weer bijna het voorjaar met dito aanwas van soorten.

Nieuwe soorten voor de Gelderse Poort

In totaal werden in maart 117 nieuwe soorten voor de Gelderse Poort gemeld. Het totaal voor het 5000-soortenjaar kwam daarmee op 304 nieuwe soorten. In maart werd de eerste nieuwe vogelsoort voor 2022 waargenomen, de Ringsnavelmeeuw. Geen enkele waarnemer was de gelukkige; de gezenderde vogel werd elektronisch waargenomen op de meeuwenslaapplaats bij de Bijland.  

De meeste nieuwe soorten bevinden zich in het obscure gezelschap van minder opvallende beestjes als Gelis mangeriStenus juno of Tanytarsis usmaensis. Soorten waarvoor nog geen klinkende naam in Nederlands bedacht is. Ook de mooie bladwesp Sciapteryx costalis, die door André Geelhoed werd ontdekt bij het Erfkamerlingschap, was de eerste voor de Gelderse Poort en één van de weinige waarnemingen in Nederland. “Viergeelvlekbladwesp” zou een logische naam zijn.

En wederom waren mossen, korstmossen en korstmosparasieten sterk vertegenwoordigd dankzij BLWG-excursies. Zachte Kalkstippelkorst, Parasietschriftmos en Geschubd Dambordje werden bovenop het Fort van Pannerden gevonden. Voor Zachte Kalkstippelstippelkorst is dit pas de 8ste vindplek in Nederland. 

Ook leuk was de verwachte ontdekking van het Zandbijwaaiertje een parasiet op Andrena-bijen. Nieuw voor de Gelderse Poort was het Zandbijwaaiertje op Grasbij bij een gazon in het dorp Ooij (zie omslagfoto). De Grasbij wordt reeds als larve geparasiteerd en de parasiet blijft bij zijn gastheer tijdens het verpoppen en daarna bij het imago tot het Zandbijwaaiertje uitvliegt. (http://www.natuurlexicon.be/zandbijwaaiertje.html)     

Figuur 1 geeft de verdeling van nieuwe soorten over de soortgroepen weer tot en met maart 2022.

Figuur 1 Verdeling nieuwe soorten over soortgroepen

Verdeling over soortgroepen

Figuur 2 laat zien dat de verdeling over de soortgroepen nog sterk door de winter gekleurd is, maar de aantallen bij insecten en ook planten beginnen toe te nemen. Het zal echter nog wel even duren voor kevers en nachtvlinders de (korst)mossen inhalen. De paddenstoelen zullen gedurende het jaar een diesel zijn met een lange aanloop en pas in het najaar pieken wanneer de andere soortgroepen reeds verwelken of doodgaan. Toch zullen zodra het blad ontluikt al wel allerlei roesten en branden ontdekt kunnen worden.  

Figuur 2 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen

Op naar de 5000!

Om 5000 soorten te halen, moeten we 75% van de ooit gemelde soorten zien in 2022. Onderstaande grafiek toont welk deel van de soorten bij een soortgroep al waargenomen zijn. Vanzelfsprekend is dit percentage bij vlinders, sprinkhanen en libellen nog heel laag. Bij mossen, korstmossen, weekdieren en ook zoogdieren is echter al een groot deel van de buit binnen, maar sinds maart zijn de soortrijke soortgroepen van de insecten bezig met een inhaalslag.   

Figuur 3 geeft weer welk deel van de soorten per soortgroep al gezien is of nog niet gezien is.

Figuur 3 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen relatief

Figuur 4 geeft weer welk aantal soorten per soortgroep al gezien is of nog niet gezien is.

Figuur 4 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen absoluut

Dit artikel is een tussenstand. Waarnemers hebben enerzijds nog talloze foto’s met mogelijk nieuwe soorten en anderzijds zijn onvermijdelijk niet alle determinaties juist. Kortom de aantallen voor maart gaan de komende tijd nog een beetje schuiven. Zowel omhoog als omlaag. Daarnaast kloppen de tellers bij waarneming.nl niet exact en ontstaan daardoor kleine verschillen.

Februari: Stilte voor de storm.

Februari behoort samen met November tot een van de minst dynamische maanden van het jaar. Alles wat je in Februari kunt zien, had je ook al in januari kunnen zien. Niettemin waren er in februari toch echte klappers. Wat de te denken van de Gewone Zeehond, die op de terugtocht van Duisburg naar de Noordzee pas bij de spoorbrug in Nijmegen werd opgemerkt. Hij moet kort daarvoor door de Gelderse Poort gezwommen hebben. De eerste golf Kraanvogels kondigde eind februari het voorjaar aan en de zon wint aan kracht waardoor insecten hun schuilplaatsen verlaten.

Aantallen
In januari waren al 1344 soorten gezien. In februari steeg het aantal door naar 1562. Dat is al ruim 31% van het doel van 5000 soorten in de eerste twee wintermaanden. Maar het mag duidelijk zijn, de lente is nodig om weer veel nieuwe soorten te kunnen ontdekken.

Nieuwe soorten voor de Gelderse Poort
In februari werden in totaal 64 soorten gemeld die nog nooit in de Gelderse Poort gemeld waren. De meeste soorten, die nieuw gemeld worden, betreffen kleine beestjes, paddenstoelen, weekdieren, mossen en korstmossen waarbij regelmatig een microscoop nodig is. Een mooi zeer zeldzame en zeer lokale soort, de Late Meidoornspanner zat bij het lampje bij de ingang van het kantoor van SBB in de Groenlanden. Een nieuwe soort als de Huisspringspin werd voor het eerst gemeld, maar is waarschijnlijk geen zeldzaamheid, maar is eerder onopvallend voor de meeste waarnemers. 

Figuur 1. Verdeling nieuwe soorten over soortgroepen.

Verdeling over soortgroepen
De verdeling over de soortgroepen is in februari nauwelijks veranderd. Het is immers nog winter en dezelfde soortgroepen laten zich maar beperkt of helemaal niet zien. Dat in de winter veel naar mossen en korstmossen gekeken wordt, is bekend, maar ook van veel plantensoorten zijn nog exemplaren te vinden.  Naast mossen en korstmossen is de winterperiode ook een goede periode voor het zoeken naar weekdieren en geleedpotigen. Figuur 2 geeft de verdeling weer voor wat gezien is tot en met februari.

Figuur 2. Verdeling soorten over soortgroepen.

Op naar de 5000!
Om in 2022 de 5000 soorten te zien, moeten we 75% van het totaal aantal ooit waargenomen soorten zien. Op 28 februari stond de Bioblitz teller op 1614 soorten. Dit is 32,3% van het einddoel 5000. Figuur 3 laat zien welk deel van de soorten bij een soortgroep al gezien zijn. Vanzelfsprekend is dit percentage bij vlinders, sprinkhanen en libellen heel laag. Bij mossen en korstmossen en ook zoogdieren is echter al een groot deel van de buit binnen.  Tot medio maart zal de aandacht ongeveer hetzelfde blijven. Zodra het voorjaar begin krijgt, zal de focus snel verschuiven en zullen andere soortgroepen zich aandienen.

Figuur 3. Aandeel al gezien per soortgroepen.

Januari: De kop is eraf!

Brandnetelvulkaantje – Leptosphaeria acuta (foto: Erik van Dijk)

Van Huismus tot Zeearend, van Europese Haas tot Otter, Grote Brandnetel tot Bijenorchis ze zijn allemaal al gemeld in de eerste weken van het jaar. En het Brandnetelvulkaantje dat op de omslag staat.

Aantallen

In één kalenderjaar 5000 soorten zien in de Gelderse Poort. Geen bossen, geen steden, geen kust en geen pleistocene zandgrond. Een enorme uitdaging dus. In januari gingen we meteen hard van start. Op 1 januari waren de eerste 476 soorten al binnen! Bijna 10% van het doel. Acht dagen later op 9 januari werd de eerste mijlpaal van 1000 soorten bereikt, maar toen was het laaghangend fruit van de winter wel geoogst. In de resterende 21 dagen van januari werden nog 344 soorten toegevoegd tot een aantal van liefst 1344 soorten. Dit is 27% van het streven van 5000 soorten. 

Dit artikel is een tussenstand. Waarnemers hebben enerzijds nog talloze foto’s met mogelijk nieuwe soorten en anderzijds zijn onvermijdelijk niet alle determinaties juist. Kortom de aantallen voor januari gaan de komende tijd nog een beetje schuiven, zowel omhoog als omlaag.

Nieuwe soorten voor de Gelderse Poort

In totaal werden 123 nieuwe soorten voor de Gelderse Poort gemeld in januari.  Een vleermuizentelling in een winterverblijf in de Groenlanden leverde eerste gemelde Franjestaart op. Jochem Kühnen vond een bladluis, Aulacorthum palustre bij het Wylerbergermeer. Deze soort werd nog nooit in Waarneming.nl gemeld.

Een drukbezochte (korst)mossenexcursie met de BLWG leverde tal van nieuwe korstmossoorten op met bijzondere namen als Vierde Cementkorst, Rommelig Olievlekje of Mosvreter. Daarnaast verschillende zeldzaamheden in opkomst door de opwarming van ons klimaat als Rood Schorsvlekje, Lipschaduwmos en Zonneklepjesmos. André Geelhoed vond bij Aerdt één exemplaar Purper Geweimos en Erik van Dijk vond een prachtige groeiplek van Wimpermos met 5 plukjes op een Es langs het Meertje. Beide korstmossen zijn overvloedig aanwezig in schone Alpenbossen, maar toch ook nog te vinden in de intensief gebruikte polders.  

Figuur 1 geeft de verdeling weer voor van de nieuwe soorten in de Gelderse Poort in januari. 

Figuur 1: Verdeling nieuwe soorten voor GP

Verdeling over soortgroepen

In januari is het winter en veel soortgroepen laten zich maar beperkt of helemaal niet zien. Dit zorgt ervoor dat de aandacht vooral uitgaat naar soortgroepen die in de winter ook goed te bekijken zijn. Dat in de winter veel naar mossen en korstmossen gekeken wordt is bekend, maar ook van veel plantensoorten zijn nog exemplaren te vinden.  Naast mossen en korstmossen is de winterperiode ook een goede periode voor het zoeken naar weekdieren en geleedpotigen. Figuur 2 geeft de verdeling weer voor wat gezien in januari.

Figuur 2 Verdeling waargenomen soorten

Op naar de 5000!

Om 5000 soorten te zien moeten we 75% van de ooit gemelde soorten zien in 2022. Figuur 3 laat zien welk deel van de soorten bij een soortgroep al gezien zijn. Vanzelfsprekend is dit percentage bij vlinders, sprinkhanen en libellen heel laag. Bij mossen en korstmossen en ook zoogdieren is echter al een groot deel van de buit binnen.  Tot medio maart zal de aandacht ongeveer hetzelfde blijven. Daarna als het voorjaar vaart krijgt, zal de focus snel verschuiven en zullen andere soortgroepen zich aandienen.

Figuur 3 Aandeel per soortgroep al gezien