Foto van de week 38

Bleek nestzwammetje – Cyathus olla (foto: André Geelhoed)

Eindelijk is er een behoorlijke hoeveelheid regen gevallen na maandenlange droogte. Voor paddenstoelen de aanleiding om de kopjes op te steken. We verwachtten ze al – het seizoen ervoor is immers begonnen – toch komen er nog niet echt veel waarnemingen van deze mooie herfstvruchten voorbij. André Geelhoed vond bij Aerdt dit grappige op een vogelnestje lijkend zwammetje. Zijn foto’s ervan trokken mijn aandacht door de ‘eitjes’ in de beker. Ik kende deze paddenstoel nog niet, al blijkt het een algemene soort te zijn. Informatie op waarneming.nl leert me dat dit een Bleek nestzwammetje (Cyathus olla) is. Dat is een klein zwammetje dat meestal in groepjes te vinden is op de grond op dood hout van loofbomen, soms van naaldbomen. Die ‘eitjes’ op de bodem van de beker zijn 2 tot 2,5 mm groot en bevatten de sporen. Ze zitten met een draadje vast aan de bodem en hebben regen nodig om zich te verspreiden: door regendruppels worden ze weggeslingerd. Zo interessant al die verschillende voortplantingstechnieken van de verschillende organismen.

Afgelopen weekend was er ook een excursie van de Nederlandse Malacologische Vereniging in de GP. Ook dat kende ik nog niet. De NMC blijkt een vereniging van liefhebbers van schelpen en slakken. De leden verzamelen en onderzoeken levende en fossiele schelpen en slakken. Hun excursie in de GP heeft direct een aantal nieuwe soorten voor de toch al indrukwekkende lijst opgeleverd, zoals Blindslakje (Cecilioides acicula) en Stompe erwtenmossel (Euglesa obtusale). Wat een namen weer hè. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of er nog meer nieuwe weekdiersoorten aan de lijst kunnen worden toegevoegd. We wachten het af.

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.
Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Nieuwe nachtvlindersoort voor Nederland ontdekt

Frans Post heeft in augustus een nieuwe nachtvlindersoort voor Nederland ontdekt in de Millingerwaard. Frans stond voor het 5000 Soortenjaar Gelderse Poort te nachtvlinderen en beleefde de beste nacht van zijn leven. Lees meer over de vondst in het nieuwsbericht op Nature Today: https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=29770

Foto van de week 37

Zuidelijke heidelibel – Sympetrum meridionale (foto: Jeroen Veeken)

Foto van de week 37 is een paringswiel van Zuidelijke heidelibellen (Sympetrum meridionale). De naam zegt het al, de Zuidelijke heidelibel is eigenlijk een mediterrane soort. Ik twijfel er niet aan dat de klimaatverandering tot de opmars in Noord-Europa heeft geleid. In 2006 zag ik de soort voor het eerst op de Mulderskop onder Nijmegen. Het was toen nog een voor Nederland zeer zeldzame heidelibel, die soms als zwerver uit het zuiden hier aangetroffen kon worden. Inmiddels plant hij zich al jaren voort in Nederland. De Millingerwaard in de GP was een van de eerste voortplantingsgebieden, maar zoals dit paar op de foto van Jeroen Veeken uit de Gendtse polder laat zien, heeft de soort ook elders ‘vaste voet aan de grond’ gekregen.

Aan het aantal deze week op waarneming.nl geplaatste foto’s valt af te lezen dat het weer is omgeslagen. Dat de zomervakantie voorbij is, zal ook een rol spelen. Toch leverden de zoektochten van waarnemers wederom bijzondere soorten en/of plaatjes op. In de Bemmelse Polder werden Kleine strandloper (Calidris minuta) en Kanoet (Calidris canutus) gespot, die foerageerden daar even op hun tocht naar het zuiden. De familie van de paddenstoelen begint tot bloei te komen. Mooie foto’s waren er van het zeer zeldzame Klaver-roetstreepzwammetje (André Geelhoed, Kandia) en de zeldzame Meidoorn-jeneverbesroest (Kees van Oorde, Meinerswijk). Minder leuk tenslotte waren de waarnemingen van dode Europese bevers in de Klompenerwaard en de Millingerwaard, van een restje Ree in de Rosandse Polder en van een mogelijke Molmuis (Arvicola scherman) in het Circul. Maar ja, de dood hoort ook bij het leven. We zullen het de komende maanden wel meer gaan zien.

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.
Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 36

Puccinia cynodontis (foto’s: Erik Slootweg)

Mijn vader zou zeggen: ‘wat heb ik nou aan mijn fiets hangen?’ Nou, dit blijkt Puccinia cynodontis te zijn, een zogenoemde roestschimmel op grassen, in dit geval op Handjesgras (Cynodon dactylon, zie foto hieronder). Maar dan weet je nog niet wat je op de foto van de week ziet. Welnu, dat is een microscopisch beeld van deze roest. Het toont teliosporen. Dat zijn sporen die gevormd zijn in bepaalde structuren, telia genaamd, die kenmerkend zijn voor de soort en daarom van belang voor de determinatie. Voor de roest is het belangrijk dat de dikke celwand de sporen beschermt tegen uitdroging en kou, en ze zo door de winter helpt, leert Wikipedia mij.
De fotograaf Erik Slootweg geeft aan de roest gevonden te hebben op aanwijzing van Charlotte Swerts tijdens een gallenexcursie in de Millingerwaard. Zij maakten deel uit van de groep experts die op zaterdag 3 september op zoek zijn gegaan naar gallen, schimmels en allerlei andere interessante, voor leken minder of volledig onbekende organismen die leven op/van planten en bomen. Ze zijn daar goed in geslaagd, waardoor de soortenlijst wederom fiks is toegenomen.
Deze week was ook voor de flora een mooie week. Twan Teunissen vond verscheidene zeer zeldzame planten op de Waaloever: Artemisia scoparia, Pulicaria arabica en Spiesraket (Sisymbrium loeselii) (2-9). Verder ontdekte Martien van Bergen de waanzinnig goed gecamoufleerde rups van de nachtvlinder Absintmonnik (Cucullia absinthii) op Bijvoet (Artemisia vulgaris) (3-9). En waren er wederom veel waarnemingen met mooie foto’s van op trek zijnde vogels zoals Visarend, Wespendief en Krombekstrandloper. Ten slotte vielen de nazomersoorten op bij de dagvlinders (Oranje luzernevlinder) en de libellen (Zuidelijke heidelibel). Het stemt bijna weemoedig: de zomer loopt op zijn eind. Toch kan de herfst ons nog mooie dingen brengen. Dus gaan we met goede moed en goede zin het veld in!

Puccinia cynodontis op Handjesgras (foto: Erik Slootweg)

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.
Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Augustus: Het doel van 5000 soorten bereikt

Figuur 1  Koreaanse Netel Ooij (foto: Erik van Dijk)

Augustus 2022 was zeer droog, zeer zonnig en warm.

Aantallen

Eind augustus stond de teller op 5251 soorten. Dat is maar liefst 486 soorten meer dan de eindstand van augustus. Het doel van 5000 soorten is inmiddels ruim gepasseerd. 

Nieuwe soorten voor de Gelderse Poort

In totaal werden in augustus 157 nieuwe soorten voor de Gelderse Poort gemeld. De echte topper was de ontdekking van een Witlijnprachtuil Grammodes stolida door Frans Post in de Gelderse Poort om ongeveer 4:00 ‘s nachts. Een nieuwe macronachtvlinder voor Nederland! De dichtstbijzijnde plekken waar de soort voorkomt zijn de Oostelijke Alpen, Cevennen en Zuid-Zweden. Tijdens het nachtvlinderen bij het Wylerbergmeer dook de enorme Lederboktor Prionus coriarius op. Dit is een soort van oude bossen en het exemplaar zal dan ook vanaf stuwwal naar de Gelderse Poort zijn gezworven. Een andere curieuze nieuwe soort is de Schaarse Muggenwants Empicoris rubromaculatus. Deze wants is pas voor het eerst in 2010 in Nederland gezien en de tweede waarneming liet tot 2017 op zich wachten. 

Tot slot was er een vondst van een Koreaanse Netel Agastache rugosa. Een van de vele tuinvlieders die in de Gelderse Poort opdoken. Tuinvlieders zijn plantensoorten die zich vanuit tuinen voortplanten en op straat de eerste stap zetten in de richting van inburgering in de Nederlandse flora. Het is echter maar een klein deel van de tuinvlieders dat duurzame populaties vestigt in de openbare ruimte van steden en dorpen en daarmee succesvol inburgert. Sommige soorten zullen zich uiteindelijk ook buiten de bebouwde kom vestigen. En een heel klein aantal van soorten zoals Reuzeberenklauw en Reuzebalsemien is hierbij invasief en kan hele gebieden overwoekeren. Waar in deze ratrace de Koreaanse Netel strand is nog ongewis.

Het totaal aantal nieuwe soorten voor het 5000-soortenjaar kwam daarmee eind augustus op 1017. 

Figuur 2 geeft de verdeling van nieuwe soorten over de soortgroepen weer tot en met augustus 2022. 

Figuur 2 Verdeling nieuwe soorten over soortgroepen
Figuur 2 Verdeling nieuwe soorten over soortgroepen

Verdeling over soortgroepen

Figuur 3 laat de verdeling van de soortgroepen over de reeds 5251 gemelde soorten zien. Het aantal plantensoorten is met 965 het grootste. Zou het aantal van 1000 plantensoorten in één jaar gehaald worden? De extreem droge zomer van 2022 heeft veel lange nachtvlindernachten opgeleverd, maar voor de paddenstoelenoogst zal dit wel een domper kunnen worden. Veel soorten paddenstoel slaan bij ongunstige omstandigheden een jaartje over en blijven ondergronds. 

Figuur 3 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen
Figuur 3 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen

De 5000 voorbij!

Inmiddels is het aantal van 5000 soorten ruim gepasseerd. Een nieuw doel? In het veel grotere gebied de Hollandse Duinen met meer floradistricten en een stuk zee kwamen vrijwilligers in 2018 tot 6812 soorten. Dat is nog slechts 1600 soorten meer dan tot op heden gezien en met nog 4 maanden voor de boeg zou je denken dat het moet kunnen, maar het wordt natuurlijk steeds lastiger. Voor paddenstoelen wordt het waarschijnlijk een slecht jaar en alles wat je typisch in november en december ziet, had je ook al in januari of februari kunnen zien.  Reëler is het doel bij te stellen tot 6000 wat ook al heel erg mooi en boven verwachting is.

Figuur 4 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen relatief
Figuur 4 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen relatief
Figuur 5 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen absoluut
Figuur 5 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen absoluut

Dit artikel is een tussenstand. Waarnemers hebben enerzijds nog talloze foto’s met mogelijk nieuwe soorten en anderzijds zijn onvermijdelijk niet alle determinaties juist. Kortom de aantallen voor juni gaan de komende tijd nog een beetje schuiven. Zowel omhoog als omlaag. Daarnaast kloppen de tellers bij waarneming.nl niet exact doordat embargosoorten uit sommige overzichten ontbreken en ontstaan daardoor kleine verschillen.

Foto van de week 35

Kleine en Grote zilverreiger – Egretta garzetta en Ardea alba (foto: Rico Otten)

De najaarstrek van vogels is weer begonnen. De Gierzwaluwen zijn al eind juli teruggegaan naar Afrika, andere trekvogels volgen. Dat betekent dat er weer meer waarnemingen worden gedaan van minder ‘normale’ vogels in de GP, zoals van Hop, Zwarte ooievaar, Rode wouw en Visarend. Vooral die laatste is de afgelopen weken veel gefotografeerd. De Kleine zilverreiger (Egretta garzetta) op de foto van de week wordt al vanaf mei in de GP gezien. Er werden er 16 in totaal geteld. Daarmee lijkt de vogel vrij normaal voor de GP, maar de soort komt in Nederland eigenlijk meer voor in de kuststreken, waar hij ook broedt. Grote zilverreigers (Ardea alba) zijn al een poos aan een opmars bezig door heel Nederland, ook in de GP waar ze vaak in grote groepen samenkomen. De foto van Rico Otten laat mooi de verschillen tussen beide soorten reigers zien. Let daarbij vooral op de grootte, de snavel en de poten.

Ondertussen blijft de lijst van unieke en zeldzame waarnemingen groeien. Bij de planten vond Niels Eimers twee zeldzaamheden pal naast elkaar, namelijk IJzervaren en Geschubde mannetjesvaren. Peter Hoppenbrouwers vond de zeer zeldzame Weidesprinkhaan en Kiezelsprinkhaan. Van de vlinders wordt de hoogzomersoort Oranje luzernevlinder nu vaak gezien. En de stierenkuilen blijven prachtige waarnemingen en foto’s opleveren. Zie de bijzonder mooie series van Jeroen Veeken en Arie van Dijk van o.a. Bijenwolven die hun prooi naar een nestholte brengen.

Ten slotte vraag ik aandacht voor een miniem klein beestje (nog geen halve centimeter groot): Notus flavipennis. Dat is een goudgeelgekleurde cicade. Het mannetje is met macrofotografie (en het stapelen van foto’s om scherptediepte te krijgen) wel heel bijzonder op de foto gezet door Rudy Soethof. De eerste foto van wat ik denk dat een onderscheidend kenmerk van een mannetje zal zijn, heeft wel wat weg van een hertengewei. De tweede foto laat het beestje in zijn geheel zien. Mooi hè?

Stacked from 10 images. Method=C (S=4)

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.
Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 34

Snoek – Esox lucius (foto: Erik van Dijk)

Zeker, er zijn mooiere foto’s geplaatst deze week (sorry Erik), ook van meer bijzondere soorten, maar deze situatie waar enkele waarnemers van het 5000-soortenjaar toevallig tegenaan liepen, toont een ander type ‘waarnemer’ en ‘documentalist’, en dat is ook wel eens aardig. Het is een sportvisser die zijn vangst trots op foto vast laat leggen. De door hem binnengehengelde Snoek (Esox lucius) is zeker indrukwekkend te noemen. Hoe groot zal ie zijn? Een meter? En als dat zo is, dan zal het een vrouwtje zijn, want een mannetje Snoek wordt niet groter dan 85 cm begrijp ik van de informatie op Wikipedia. Vrouwtjes kunnen wel 140 cm lang worden.

De waarnemers waren op dat moment bij de Bisonbaai voor een excursie naar de bewoners van stierenkuilen o.l.v. Jeroen Helmer (zie foto van de week 26). Dat leverde weer bijzondere vondsten op, zoals de zeer zeldzame Schubhaarkegelbij (Coelioxys afer). Mooi beestje hoor, mooie foto’s ook. Zoek maar eens op. Deze kegelbij was eerder al gevonden door Marc de Winkel (26 juni, Kekerdomse Waard), maar dat mannetje leefde niet meer. Dat maakt de waarneming bij de Bisonbaai, waar een vrouwtje in de stierenkuil werd gespot des te interessanter. Want waarschijnlijk wil dit vrouwtje haar eitjes in het nest van een andere bij afzetten. De Schubhaarkegelbij is namelijk een koekoeksbij, een bij dus die zoals een koekoek haar eitjes in het nest van een ander legt, waaronder in die van het in stierenkuilen levende Zilveren fluitje (Megachile leachella).

De waterstanden in de Gelderse Poort zijn dramatisch laag, maar het biedt waarnemers tevens mogelijkheden. Waterrallen (Rallus aquaticus), bijvoorbeeld, zijn gewoonlijk schuwe, goed tussen de waterplanten verborgen levende vogels. Daarom worden ze meestal alleen gehoord, maar de laatste tijd ziet men de vogel ook. Onder meer bij de Oude Waal in de Ooijpolder toont hij zich nu open en bloot aan de modderige randen van het ‘eilandje’. En dus verschijnen er nu foto’s van op waarneming.nl. Leuk.

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.
Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 33

Lederboktor – Prionus coriarius (foto: Ria Vogels)

In de week dat de 5000e soort voor de GP kon worden bijgeschreven (hoera!), kies ik als foto van de week een bijzondere waarneming voor die GP. Bijzonder, omdat het feitelijk om een bewoner van oude bossen gaat en dus niet om een typische soort van het rivierengebied. Het is deze keer ook een waarneming uit de eerste hand. We waren met vijven net gestart met nachtvlinderen bij het Wylerbergmeer, toen een enorm insect het laken bestormde. De Lederboktor (Prionus coriarius), want dat was het, veroorzaakte grote onrust onder de al gearriveerde beestjes op het laken, en groot enthousiasme onder de aanwezige fotografen. De camera’s klikten al net zo driftig, als dat de boktor op het laken tekeerging. Hij weigerde stil te gaan zitten. Op de gekozen foto (van de auteur van deze blogs) is die beweging zichtbaar.
Volgens de informatie op waarneming.nl leeft er een kleine populatie Lederboktor op de Sint-Jansberg op de stuwwal. Waarschijnlijk is dit individu daarvan afkomstig. Ze vliegen van juli tot augustus, en ze komen op licht af. Eerlijk gezegd dacht ik de Lederboktor al in de waarnemingen van de GP voorbij te hebben zien komen, maar dat klopte niet. Het is de eerste gemelde waarneming voor het gebied dit jaar. En de eerste keer ooit dat ik er een zag.
Dezelfde avond kwam er ook nog een Bosuil (Strix aluco) van de stuwwal afdalen. We hadden hen (meerdere zelfs) eerder al gehoord. Eentje ging zo’n 30 meter van ons vandaan in een boom zitten roepen, maar hij was helaas snel weer vertrokken (gehoord door allen, gezien door een van ons). Ook dat was een zekere, maar niet alledaagse waarneming voor de GP. De Bosuil is immers evenmin een bewoner van het rivierengebied. Hoeveel bijzondere soorten zullen er nog aan de nu al indrukwekkende lijst worden toegevoegd? Ik ben benieuwd.

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.
Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Al 5000 soorten waargenomen

Duinsabelsprinkhaan (foto: André Geelhoed)

Al 5.000 verschillende soorten in de Gelderse Poort waargenomen

Dit jaar zijn in het kader van Soortenjaar Gelderse Poort al meer dan 5.000 verschillende flora- en faunasoorten waargenomen in de Gelderse Poort. Het aantal is slechts een tussenstand. Onder de waargenomen soorten zitten talloze algemene soorten, maar ook veel zeldzaamheden en zelfs soorten die voor het eerst in Nederland werden gezien.

Het soortenjaar

In 2022 willen de Flora- en Faunawerkgroep Gelderse Poort en Staatsbosbeheer samen met zoveel mogelijk natuurliefhebbers meer dan 5.000 soorten ontdekken in de Gelderse Poort. Dit doel is inmiddels dus behaald. De 5000e soort was een Amarantensteilneus, dit is een blindwants die werd waargenomen door Erik van Dijk. Bij 5.000 stopt de teller niet; we stoppen pas met zoeken als het jaar afgelopen is.
De Gelderse Poort is het gebied waar de Rijn vanuit Duitsland Nederland binnenkomt en zich vertakt in de Waal, de Nederrijn en de IJssel. Het gebied is belangrijk voor talloze soorten die zich via de rivieren door de rest van het land verspreiden. De Gelderse Poort is ook een gebied waar dankzij natuurontwikkeling de natuur veel meer ruimte heeft gekregen. Doordat de rivier in de uiterwaarden veel ruimte heeft gekregen, ontstaat een zeer dynamisch gebied. Het natuurbeheer gebeurt vooral door de rivier zelf en met de jaarrond grazende runderen en paarden die zorgen voor variatie in de begroeiing. Zo liggen er vooral langs de Waal uitgestrekte jaarrond begraasde natuurgebieden. Daarnaast liggen in de Rijnstrangen bijzondere graslanden en uitgestrekte rietmoerassen die gemaaid en beheerd worden. Voor de rest bestaat de Gelderse Poort voornamelijk uit agrarisch gebied. In de natuurgebieden zijn vooral de lagere natte en kleiige delen minder gevoelig voor stikstof. Ondanks dat de diversiteit aan biotopen in dit gebied relatief klein is, zijn er nu al spectaculair veel en bijzondere soorten waargenomen. De Gelderse Poort blijkt echt een hotspot voor biodiversiteit.

Highlights: van Negendoornige wintersteenvlieg tot Schimmelende kroonkruidgalmug

Onder de meer dan 5.000 waargenomen soorten, zitten uiteraard veel algemene soorten, van Huismus tot Madeliefje. Maar er zijn ook allerlei bijzonderheden waargenomen. Zo werd in de Erlecomse Waard voor het eerst een bevestigde vondst van Duinsabelsprinkhaan gedaan. Er blijkt hier een grote populatie op het rivierduin voor te komen. Deze sprinkhaan was eerder alleen bekend van de Kunderberg in Zuid-Limburg en uit de duinen aan de kust.

In de Millingerwaard werd een Negendoornige wintersteenvlieg gevonden. Deze steenvlieg werd in 2010 voor het eerst gevonden in Nederland en was tot nu alleen bekend van de Roer en Swalm in Limburg. Of deze zeer zeldzame wintersteenvlieg zich voortplant in Rijn en Waal is nog onbekend.
Bruchophagus astragali, met als Nederlandse naam Hokjespeulzaadwesp, is een minuscuul wespje dat voor het eerst in Nederland werd waargenomen. De larven leven in de peulen van Hokjespeul, een zeldzame plant die op enkele plekken in de Gelderse Poort te vinden is.
In de Nijmeegse Stadswaard werd Tandzuring gevonden, een zeer zeldzame plant die sporadisch opduikt op slikkige rivieroevers van de Waal. Deze plant is een mooi voorbeeld van hoe soorten zich kunnen verspreiden via de rivieren. Zou de soort de komende jaren ook opduiken langs de IJssel en in het westen van het land?

Er zijn nog tal van andere bijzondere waarnemingen, zoals de eerste Late meidoornspanner buiten het Maasheggengebied, de eerste Zwavelgele peulkokermot buiten Zuid-Limburg, Gele stamjager, Lathyrusbladgalmug, Rupsklaverschijnbekertje, Wimpermos, Wilgenspanner, Schimmelende kroonkruidgalmug enzovoort enzovoort.

De teller loopt door

Het jaar is nog lang niet ten einde dus het aantal waargenomen soorten zal nog toenemen. Het beste seizoen voor paddenstoelen moet bijvoorbeeld nog beginnen. Daarnaast zijn onderzoekers, die duizenden insecten met vallen hebben gevangen, nog druk aan het determineren. Waar de teller zal eindigen weten we niet, maar we zijn nu al blij dat dit hoge aantal is gezien.
Wat we nu al kunnen zeggen, is, dat de Gelderse Poort rijk is aan soorten, oftewel het heeft een hoge biodiversiteit. Vooral in de natuurgebieden is de diversiteit hoog en ook de biomassaliteit is vaak hoog; veel soorten komen er in hoge aantallen voor. Dat zegt iets over de staat van de natuur in de vaak nieuwe natuurgebieden.
In 2023 zullen we een uitgebreide rapportage maken met alle highlights en conclusies.

Meedoen?
Iedereen kan meedoen! Dat doe je door je waarnemingen in te voeren in Waarneming.nl. Op die website kun je ook de waargenomen soorten bekijken.
De komende maanden zijn er ook nog excursies. Specialisten gaan op ontdekking en daarbij kun jij mee. Meer informatie over de excursies en algemene informatie over het soortenjaar lees je hier.

Tekst: Twan Teunissen (Staatsbosbeheer), Niels Eimers en Vincent Sanders (Flora en Faunawerkgroep Gelderse Poort)

Hokjespeulzaadwesp (foto: Niels Eimers)
Wimpermos (foto: Erik van Dijk)

Juli: Volop zomer

Figuur 1 Hokjespeulzaadwesp – Bruchophagus astragali (foto:Niels Eimers)

Juli 2022 was zeer droog, zeer zonnig, maar niet bijzonder warm.

Aantallen

Eind juli stond de teller op 4765 soorten. Dat is 365 soorten meer dan de eindstand van juni. De toename van nieuw waargenomen soorten is dus flink gedaald in vergelijking met toen in één maand maar liefst 900 soorten werden toegevoegd aan de lijst van 2022. Dat is inmiddels 95% van het doel van 5000 soorten. 

Nieuwe soorten voor de Gelderse Poort

In totaal werden in juli 137 nieuwe soorten voor de Gelderse Poort gemeld. De echte topper was een ontdekking van Niels Eimers; hij vond Hokjespeulzaadwesp (Bruchophagus astragali). Deze parasiet, die zijn eitjes in de zaden van Hokjespeul legt, was nog niet eerder in Nederland waargenomen. De waardplant Hokjespeul heeft alleen in het Oostelijke riviergebied en Zuid-Limburg een natuurlijk voorkomen. En plantenkenner Niels sloeg vlak daarvoor ook al toe met de Zwavelgele Peulkokermot Coleophora coronillae. Deze kokermot, die parasiteert op Bont Kroonkruid, was nog slechts enkele keren in Nederland gezien. Geïnspireerd door de ontdekking van Niels vonden tal van andere waarnemers met het juiste zoekbeeld en de waardplant de kokermot op 11 nieuwe uurhokken. Martien van Bergen vond op de zinderende vlakte van de oude steenfabriek in de Kekerdomse Waard de zeer zeldzame Slangenkruidboktor, een soort die in voorkomen vrijwel beperkt is tot Limburg.  

Het totaal aantal nieuwe soorten voor het 5000-soortenjaar kwam daarmee eind mei op 860. 

Figuur 2 geeft de verdeling van nieuwe soorten over de soortgroepen weer tot en met juli 2022. 

Figuur 2 Verdeling nieuwe soorten over soortgroepen

Verdeling over soortgroepen

Figuur 3 laat de verdeling van de soortgroepen over de reeds 4765 gemelde soorten zien. Het aantal plantensoorten is het grootste en het is maar de vraag of andere soortgroepen meer soorten op gaan leveren. In theorie zouden bijvoorbeeld kevers en paddenstoelen hier ruim overheen kunnen gaan, maar in tegenstelling tot planten zijn daar veel soorten lastig te determineren en/of piepklein.

Figuur 3 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen

Op naar de 5000!

Om 5000 soorten te halen, moeten we 65% van de ooit gemelde soorten vinden in 2022. Onderstaande grafiek toont welk deel van de soorten bij een soortgroep al waargenomen zijn. Inmiddels is bij 13 van de 20 soortgroepen meer dan 65% van de ooit gemelde soorten gezien in 2022. Van de paddenstoelen is slechts 37% van de ooit waargenomen soorten gemeld in 2022. Maar ook van de lastige groep van bijen/wespen/mieren is nog slechts 50% gezien.  

Figuur 4 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen relatief

Figuur 5 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen absoluut

Dit artikel is een tussenstand. Waarnemers hebben enerzijds nog talloze foto’s met mogelijk nieuwe soorten en anderzijds zijn onvermijdelijk niet alle determinaties juist. Kortom de aantallen voor juni gaan de komende tijd nog een beetje schuiven. Zowel omhoog als omlaag. Daarnaast kloppen de tellers bij waarneming.nl niet exact doordat embargosoorten uit sommige overzichten ontbreken en ontstaan daardoor kleine verschillen.