Foto van de week 48

Neushoornkever – Oryctes nasicornis (foto: Jeroen Hoek)

Naar mijn weten kwamen er niet eerder dit jaar zo weinig foto’s voorbij als deze week. Ook zijn er slechts drie nieuwe soorten voor de lijst bijgekomen. Twee daarvan betreffen vogels: een Roodkeelduiker (Gavia stellata) en een IJsduiker (Gavia immer). Dat zijn in deze regio zeldzame, maar toch regelmatig opduikende wintergasten. Als ze worden gezien, is dat op diepere, grotere plassen, zoals nu op de Bijlandplas. Meestal zitten ze dan erg ver weg op het water – voor fotografen een crime – dat levert zelden een mooie foto op. Ook nu niet, maar er waren gelukkig wel leuke foto’s van andere soorten.

De keuze van de week is een foto van een man Neushoornkever (Oryctes nasicornis). Fotograaf Jeroen Hoek is erg blij met deze waarneming en dat kan ik me voorstellen. Het is een bijzondere kever door zijn grootte (circa 4 cm), zijn verschijningsvorm (die stekel op zijn kop) en vanwege zijn zeldzaamheid. De soort lijkt het overigens aardig te doen in Nederland, want hij wordt steeds vaker gezien. Deze zomer bijvoorbeeld ook midden in Nijmegen, rond oude loofbomen in Hees, maar dat terzijde, want buiten de GP.

Mij verbaasde het dat in deze tijd van het jaar nog een volwassen individu werd gevonden. Het is toch een zomersoort? De imago’s leven inderdaad vooral van juni tot augustus, met een piek in juni, zo laten de landelijke statistieken zien. De soort werd dan ook in juni in de GP aangetroffen. Dat was op licht tijdens een nachtvlindersessie in de Paardenweide in de Ooijpolder. Toch werden er al in maart twee imago’s aangetroffen in een mesthoop in het Circul in de Ooijpolder. En dan deze waarneming van 27 november bij een Waalstrang bij de Bisonbaai (ook Ooijpolder). De levenscyclus van een Neushoornkever duurt 3 tot 5 jaar. In die periode ontwikkelt hij zich van klein, rond eitje tot een larve van wel 12 cm lang en na verpopping tot imago leeft hij nog maar een paar weken. De levenscyclus wordt versneld als de larve in warme mest- en composthopen ‘opgroeit’. Kan dit gegeven en het warme najaarsweer een verklaring vormen voor het buiten het seizoen verschijnen van dit individu? Als dat zo is, is het wederom een teken van de natuur in disbalans door klimaatverandering.

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.
Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 47

Geruit watervorkje – Riccia rhenana (foto: Twan Teunissen)

Dit mosje ziet er in eerste instantie niet erg spectaculair uit, maar dat is hij wel. Twan ontdekte dit mosje in de Rijnstrangen en dat bleek de eerste vondst voor waarneming.nl te zijn. Geruit watervorkje is een zeer zeldzaam mos dat in heel extreme omstandigheden groeit. Het mosje komt voor op slibbodems van drooggevallen wateren in het rivierengebied. Het tweede deel van de wetenschappelijke naam rhenana betekent “rijn” en laat zien dat de soort in het buitenland voornamelijk langs de Rijn wordt waargenomen. In Nederland is de soort inmiddels langs de Rijn, Waal en ook al daarbuiten gevonden. De soort wordt aangetroffen in de herfst en de winter, zo lang het water nog niet gestegen is. Laag water is in deze periode niet vanzelfsprekend, de soort kan dan ook niet elk jaar even gemakkelijk waargenomen worden.

Groeiomstandigheden van Geruit watervorkje, samen met Grote kroosvaren en Knikkend tandzaad (foto: Twan Teunissen).

Geruit watervorkje lijkt sterk op Gewoon watervorkje – Riccia fluitans en werd vroeger niet door alle literatuur als aparte soort onderscheiden. Recent DNA onderzoek heeft aangetoond dat dit toch wel degelijk verschillende soorten zijn. In dit artikel wordt het voorkomen van deze soort in Nederland uitgebreid beschreven door Jurgen Nieuwkoop. Hierin wordt ook ingegaan op de morfologische verschillen en de groeiomstandigheden. De eerste waarnemingen van deze soort komen uit 2020, maar het is duidelijk dat hij al veel langer voorkomt en hier waarschijnlijk altijd al voorgekomen is.

Groeiomstandigheden van Geruit watervorkje (foto: Twan Teunissen).

Twan ontdekte de soort per toeval in de Rijnstrangen, hij dacht het algemene Zomersponsvorkje – Riccia cavernosa gefotografeerd te hebben, maar al gauw werd duidelijk dat hij iets veel leukers gefotografeerd had. Andere bijzondere mossen die je in dit biotoop kan treffen zijn Eirond knikkertjesmos, Bol knikkertjesmos, Slibmos en Kroosmos. Het loont dus om in jouw buurt in dit soort biotopen eens te gaan zoeken.

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.
Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 46

Vuurgoudhaan – Regulus ignicapilla (foto: Tom van den Berge)

Deze week is de keuze gevallen op het mooie, niet op het bijzondere. Of nou ja, persoonlijk vind ik een Vuurgoudhaan (Regulus ignicapilla) wel degelijk bijzonder, juist vanwege zijn grappige en kleurrijke uiterlijk, maar hij is niet bijzonder in de betekenis van zeldzaam. In de zomer in de broedtijd wordt het piepkleine vogeltje weliswaar minder waargenomen, maar in de rest van het jaar wordt hij regelmatig gespot en ook gefotografeerd, zoals deze week door Tom van den Berge in de Groenlanden. Zou de afwezigheid van blad aan de bomen in die periode daarmee te maken hebben? Of zitten ze nu, op trek, lager in de struiken te fourageren? Och, wat maakt de reden ook uit, het is gewoon genieten geblazen.

Toch zijn er ook weer bijzondere waarnemingen gedaan deze week. Bijvoorbeeld bij de korstmossen, waar superzeldzaamheden als Donkere waterkorst (Pterygiopsis neglecta) en Kiezelvlekje (Bryostigma fuscum) werden gevonden en microscopisch geverifieerd. De GP-lijst van unieke vondsten is daardoor weer langer geworden. Hoe gaaf is dat?

Na een onverwacht warme tijd is de natuur nu echt in de herfst beland. Een vast onderdeel daarvan is dat de Kraanvogels (Grus grus) weer naar het Zuiden trekken. Veel waarnemers zagen ze deze week over de Ooijpolder en aangrenzende gebieden vliegen. Hun aankomst in het voorjaar maakt me altijd blij, hun vertrek in de herfst stemt me weemoedig. Het is toch het seizoen van afscheid nemen van veel leven. Al heeft dat sterven ook prachtige kanten, zoals de herfstkleuren van de bladeren van bomen en struiken. Vandaar nog een extra foto deze week. Gewoon voor het mooi. Een Spaanse aak (Acer campestre) in herfsttooi, gefotografeerd door Toon Smetsers in de Gendtse Polder.

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.
Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 45

Weidesprinkhaan Chorthippus dorsatus (foto: Peter Hoppenbrouwers)

De foto van de week laat een vrouwtje Weidesprinkhaan zien, gefotografeerd in de Kekerdomse waard. Het is een uitzonderlijke late vondst voor deze soort, normaliter laat deze soort zich tot in oktober zien. Het is zelfs de eerste keer dat Weidesprinkhaan zich in november laat zien, mogelijk heeft het zachte weer van de afgelopen tijd hier mee te maken. Inmiddels zijn er weer wat koude dagen op komst. Weidesprinkhaan is pas sinds 2018 bekend in Nederland. Wil je meer weten over deze zeldzame soort, lees dan deze blog.

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.
Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Exoten in de Gelderse Poort

Enorme groeiplek van reuzenberenklauw in de Lobberdesche Waard bij Pannerden (foto: Rick Boerboom)

5000 soorten planten en dieren in de Gelderse Poort ontdekken. Dat doel is inmiddels bereikt en het aantal waargenomen soorten gaat inmiddels over de 5700. Binnen die indrukwekkende lijst aan vondsten zijn allerlei soorten te vinden, van microscopisch kleine ongewervelden tot grote zoogdieren. Planten, mossen, korstmossen, schimmels, roesten, galwespen, bladmineerders, luizen, slakken, kevers, vogels enzovoort. Het betreft enerzijds soorten, waarvan je op voorhand al wel zeker weet dat je ze gaat vinden, anderzijds zijn er meer dan 1000 soorten vastgesteld die nog nooit eerder in de Gelderse Poort waargenomen zijn. Enkele vondsten betrof zelfs soorten die nieuw waren voor Nederland. Een klein deel van de aangetroffen soorten is wat we een exoot noemen. Een exoot is een organisme, dat van nature niet in Nederland voorkomt. Deze soorten komen door menselijk handelen in ons land terecht. Het gaat niet om soorten die elders in Europa inheems zijn en door klimaatsverandering oprukken naar Nederland. Een deel van de exoten voelt zich prima thuis in zijn nieuwe omgeving. Deze soorten kunnen zich vestigen in onze natuur en zich snel vermeerderen. Dit zijn de zogenaamde invasieve exoten. Het gaat hierbij om slechts een klein deel van de exoten in ons land. Veel exoten breiden zich echter niet of nauwelijks uit. De aanwezigheid van een exoot hoeft dus niet altijd een probleem te vormen voor de inheemse flora en fauna. Een vinger aan de pols is echter geen overbodige luxe, omdat exoten zich door allerlei factoren alsnog snel kunnen vermeerderen en zich invasief gaan gedragen. Denk bijvoorbeeld aan klimaatverandering.
Voorbeelden van invasieve exoten binnen de Gelderse Poort zijn de welbekende Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw. Maar ook minder bekende soorten als schijngenadekruid, smalle waterpest of waterwaaier zijn lokaal aangetroffen. Hoe komen die soorten nou hier terecht?

Schijngenadekruid (foto: Rick Boerboom)

Ruim 60% van de uitheemse plantensoorten die in Nederland in het wild zijn waargenomen, betreft verwilderde tuinplanten (bron: NVWA). Vaak is hun aanwezigheid vrij onschuldig, zonder dat inheemse flora in hun voortbestaan bedreigd wordt. En een aantal van dergelijke plantensoorten is bovendien een welkome bron van nectar voor verschillende insecten. Maar ook inmiddels erkende schadelijke soorten als de Aziatische duizendknopen, reuzenbalsemien, hemelboom en late guldenroede kennen hun oorsprong als tuinplant.
Naast uitheemse plantensoorten treffen we in de Gelderse Poort ook diersoorten aan die hier oorspronkelijk niet thuishoren, zoals de Chinese wolhandkrab, verschillende soorten uitheemse rivierkreeften, exotische grondels en vogels als de Nijlgans, Indische gans en mandarijneend en zelfs soorten als wasbeer en wasbeerhond zijn waargenomen. Hun oorsprong is zeer divers. Sommige vissoorten zijn ten behoeve van de sportvisserij bewust uitgezet, zoals de karper en snoekbaars. Of in het geval van de uit Azië afkomstige graskarper ten behoeve van de bestrijding van overmatige waterplantengroei. Andere soorten betreffen gedumpte aquarium- en vijvervissen, zoals de blauwband, goudvis en zonnebaars. Exotische grondels hebben onze rivieren vermoedelijk bereikt via lozingen van ballastwater uit schepen. Uitheemse vogels zijn in de meeste gevallen ontsnapte siervogels of hun nakomelingen. Sommige exoten zijn al geruime tijd in de natuur van de Gelderse Poort te vinden, zoals de beverrat, muskusrat, nijlgans en fazant.

Zwartbekgrondel uit de Rijn (foto: Rick Boerboom)

Even wat cijfertjes: in 2022 zijn er in de Gelderse Poort 221 soorten exoten aangetroffen, verdeeld over de volgende soortgroepen:

Planten136
Sprinkhanen1
Nachtvlinders en micro’s3
Zoogdieren6
Reptielen en amfibieën2
Vissen10
Vogels29
Kevers9
Wantsen, cicaden en plantenluizen4
Vliegen en muggen2
Bijen, wespen en mieren1
Mossen en korstmossen1
Geleedpotigen (overig)7
Weekdieren2
Paddenstoelen12

Het betreft dus vooral planten, die grotendeels vanuit tuinen verwilderen. Van de ruim 5700 soorten die in 2022 in de Gelderse Poort gespot zijn is dus slechts een klein deel als exoot te beschouwen, zo’n 3,9%.
Binnen die lijst van 224 aangetroffen exoten is gelukkig maar een selectie van soorten als invasieve exoot aangemerkt op de Unielijst van invasieve exoten: Afghaanse duizendknoop, hemelboom, reuzenbalsemien, reuzenberenklauw, parelvederkruid, smalle waterpest, waterwaaier, beverrat, muskusrat, wasbeer, wasbeerhond, nijlgans en lettersierschildpad (de ondersoorten geelbuikschildpad, geelwangschildpad en roodwangschildpad). De Japanse duizendknoop staat niet op deze lijst, maar wordt wel als erg schadelijke soort beschouwd. Van deze soort (en de minder bekende Sachalinse duizendknoop) zijn helaas ook de nodige groeiplekken aanwezig in de Gelderse Poort.
Gelukkig hebben we schadelijke soorten als grote waternavel, watercrassula en waterteunisbloem niet gevonden in de Gelderse Poort. Deze soorten vormen geen verrijking voor de natuur in het gebied, aangezien zij wateren en hun oeverzones sterk kunnen domineren en de inheemse flora kunnen verdringen. Alle inspanningen in het kader van het 5000-soortenjaar hebben het beeld van (invasieve) exoten weer een beetje completer gemaakt, zodat groeiplaatsen met die informatie ook actief bestreden kunnen worden.

Indische gans (foto: Rick Boerboom)

Foto van de week 44

Euneura stomaphidis (foto: Jochem Kühnen)

Jochem doet wel vaker uitzonderlijke ontdekkingen, en ontdekt ook regelmatig nieuwe soorten voor Nederland, maar deze keer heeft hij een spectaculaire ontdekking gedaan. Dit is Euneura stomaphidis, een soort die niet alleen nieuw is voor de Gelderlandse Poort, niet alleen nieuw voor Nederland, maar nieuw voor Europa! Sterker nog, deze soort is alleen nog maar bekend uit Japan! Deze soort heeft een uiterst complexe relatie waarbij maar liefst vier andere soorten betrokken zijn.

Stomaphis longirostris (foto: Jochem Kühnen), let o.a. op de lange steeksnuit.

Laten we bij het begin beginnen: zoals bij alle relaties is dat een plant, in dit geval Schietwilg – Salix alba. Schietwilg is de waardplant voor de verborgen levende stamluis met de naam Stomaphis longirostris, die diep tussen de schors zit. Stamluizen hebben een uitzonderlijk lange steeksnuit om het sap uit de boom te kunnen zuigen. De stamluis is afhankelijk van een mier die hem beschermt, in dit geval Glanzende houtmier – Lasius fuliginosus. De mieren krijgen in ruil voor de bescherming honingdauw van de luizen. De mier beschermt de luis tegen predatoren, maar dat lukt ze niet altijd. Er zijn wespjes die onopgemerkt bij de luizen kunnen komen. In dit geval is dat vermoedelijk Protaphidius wissmannii. Deze legt eitjes in de adulte stamluizen. Deze eitjes ontwikkelen zich tot larven en eten de bladluis dan van binnen op. Hierbij mummificeert de bladluis, hij verkleurt en zwelt langzaam op. Zodra de larven zich ontwikkeld hebben tot adult, sluipen ze door een gat in de rug van de luis hun schuilplaats uit.

Legboor van Euneura stomaphidis (foto: Jochem Kühnen).

Volg je het verhaal nog? Want het wordt nog één stap complexer. Nu pas komt Euneura stomaphidis aan bod. Dit is een wespje dat eitjes legt in de larven van het vorige wespje (Protaphidius wissmannii). Dit doet hij door gemummificeerde luizen te zoeken en daar zijn eitjes bij in te leggen. De larven die uit deze eitjes komen, eten vervolgens de larven van het andere wespje. Dat betekent dat in de dubbel geparasiteerde luizen uiteindelijk alleen adulten van het tweede wespje overleven.

Vleugels met haartjes van Euneura stomaphidis (foto: Jochem Kühnen).

Deze uiterst complexe relaties hebben ook erg mooie namen. Schietwilg is de waardplant voor de stamluis. De stamluis leeft van de wilg, maar zonder deze hierbij te doden en heet daarmee een parasiet. De houtmier en de stamluis hebben voordeel aan elkaar, dit wordt mutualisme genoemd. De wesp Protaphidius wissmannii eet de stamluis (de gastheer) van binnen op en doodt daarmee de luis. De wesp is daarmee geen parasiet, maar een parasitoïde. Ten slotte eindigen we met Euneura stomaphidis die de vorige wesp doodt. Dit wordt daarmee een hyperparasitoïde genoemd. Dergelijke complexe relaties ontstaan alleen maar in stabiele ecosystemen, want als één van deze soorten zou verdwijnen, dan verdwijnen ook alle soorten die hiervan afhankelijk zijn.

Het onderzoek is nog niet definitief, het eerste wespje Protaphidius wissmannii is nog niet ontdekt en kan dus nog niet bevestigd worden. Deze vliegt vermoedelijk eerder uit en is daarom gemist. Het tweede wespje is reeds via specialisten bevestigd. Komend jaar gaat Jochem dit verder onderzoeken in de hoop deze complexe relatie te kunnen bevestigen.

Detailfoto van Euneura stomaphidis (foto: Jochem Kühnen).

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.
Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Oktober: De mijlpaal 8000 soorten

Figuur 1 Bezemkoraaltje © Otto Brinkkemper

Oktober 2022 bleek door de overvloedige regen in september toch nog goed voor veel paddenstoelen, die spreekwoordelijk uit de grond sprongen. Ondanks de overvloedige regen bleven veel drooggevallen plassen zoals de Oude Waal bij Nijmegen droog staan.

Het doel van 5000 soorten is bijna gehaald en inclusief vervaagde soorten de totale teller voor de Gelderse Poort voor alle jaren de 8000 soorten gepasseerd.

Aantallen

Eind oktober stond de teller op 5721 soorten. Dat is 248 soorten meer dan de eindstand van september. In totaal betrof 68% van de nieuwe soorten voor 2022 zoals verwacht een paddenstoel.

Nieuwe soorten voor de Gelderse Poort

In totaal werden in oktober 69 nieuwe soorten voor de Gelderse Poort gemeld. De echte topper was de invasie aan Prachtbeer Utetheisia pulchella. De langdurige zuidenwind in oktober veroorzaakte liefst 33 waarnemingen van deze tropische nachtvlinder die in Europa als trekvlinder voorkomt. Tijdens een paddelstoelenexcursie door Carolien Reindertsen werd het Bezemkoraaltje Ramariopsis tenuiramosagevonden. Ook interessant is de melding van de Noord Afrikaanse springspin Saitis barbipes in de MeinerswijkDeze soort komt niet op eigen kracht naar Nederland, maar weet via bagage van toeristen uit Noord Afrika Nederland te bereiken. Ikzelf heb in Nijmegen sinds een bezoek aan Marokko in 2013 een groeiende populatie van deze kleurrijke springspin die inmiddels ook de huizen van buren heeft bereikt. Ook de onterecht gevreesde Valse Wolfspin (https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=29707) werd voor het eerst gemeld in de Gelderse Poort. En wat te denken van een Tijgerblauwtje Lampides boeticus waargenomen door Sjak Gielen. Eerste melding in de Gelderse Poort voor deze warmteminnende dagvlinder uit Zuid-Europa. Ook de oprukkende exotische Dwarsbandkakkerlak deed zijn intrede. In tegenstelling tot de angst van mensen zijn de meeste soorten kakkerlak soorten die zich alleen buiten kunnen handhaven. Zo ook deze kakkerlak. Tot slot vloog de gezenderde Lammergier Gypaetus barbatus over het gebied op 18 oktober. Niemand zag hem, maar hij staat in de boeken. 

Het totaal aantal nieuwe soorten voor het 5000-soortenjaar kwam daarmee eind oktober op 1164. 

Figuur 2 geeft de verdeling van nieuwe soorten over de soortgroepen weer tot en met oktober 2022. 

Figuur 3 Verdeling nieuwe soorten over soortgroepen
Figuur 2 Verdeling nieuwe soorten over soortgroepen

Verdeling over soortgroepen

Figuur 3 laat de verdeling van de soortgroepen over de reeds 5721 gemelde soorten zien. De paddenstoelen staan door de oktobermaand met sprong op 1. Nu is het de verwachting dat een deel van paddenstoelensoorten onvoldoende gedocumenteerd zal zijn. Er zijn immers heel veel soorten paddenstoelen, maar een groot deel daarvan vereist bevestiging met microscopisch onderzoek.   Opvallend is verder dat behalve de vissen elke soortgroep ten minste 1 nieuwe soort had in 2022. Voor paddenstoelen, vliegen en plant geen probleem, maar voor numeriek kleine soortgroepen als sprinkhanen, dagvlinders en libellen toch wel bijzonder.

Figuur 3 Verdeling nieuwe soorten over soortgroepen
Figuur 3 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen

De cirkel is bijna rond

Als je nu nog het veld ingaat begint het te verwachten soortenspectrum steeds meer te lijken op dat van de start van 2022 met warme januaridagen. De figuren 4 en 5 geven een beeld van hoeveel soorten er per soortgroep en gezien zijn en het aandeel soorten hiervan dat nieuw was.

Figuur 5 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen relatief
Figuur 4 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen relatief
Figuur 5 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen absoluut
Figuur 5 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen absoluut

Dit artikel is een tussenstand. Waarnemers hebben enerzijds nog talloze foto’s met mogelijk nieuwe soorten en anderzijds zijn onvermijdelijk niet alle determinaties juist. Kortom de aantallen voor oktober gaan de komende tijd nog een beetje schuiven. Zowel omhoog als omlaag. Daarnaast kloppen de tellers bij waarneming.nl niet exact doordat embargosoorten uit sommige overzichten ontbreken en ontstaan daardoor kleine verschillen.

Foto van de week 43

Prachtbeer – Utetheisa pulchella in de Kekerdomse Waard (foto: Peter Hoppenbrouwers).

Deze waanzinnige nachtvlinder werd deze week massaal overal in het land ontdekt. In andere jaren is deze soort uiterst zeldzaam en wordt slechts zeer zelden gevonden. Door de zuidelijke wind worden momenteel heel veel trekvlinders in ons land waargenomen. In dit Nature Today bericht kan je hier meer over lezen. Er zijn de afgelopen 8 dagen via alleen waarneming.nl al 415 waarnemingen doorgegeven in maar liefst 130 verschillende kilometerhokken in ons land. Ook in de Gelderse Poort zijn diverse vondsten gedaan, de eerste door Twan Teunissen op 24 oktober, maar in de dagen daarna volgden nog 16 nieuwe waarnemingen.

Prachtbeer – Utetheisa pulchella in de Ooijpolder bij de Bisonbaai (foto: Twan Teunissen).

Het warme weer houdt vermoedelijk nog wel even aan, dus je hebt nog zeker kans om deze prachtige nachtvlinder zelf ook te ontdekken. De soort wordt veel aangetroffen op de momenteel nog bloeiende planten en dan met name Bezemkruiskruid. Succes!

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.
Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 42

Oranje oesterzwam – Phyllotopsis nidulans (foto: André Geelhoed).

Net als in de rest van het land wordt er in de Gelderse Poort momenteel veel naar paddenstoelen gezocht. De foto van de week laat Oranje oesterzwam zien en is door André Geelhoed gefotografeerd in de uiterwaard van Arnhem. Niet alleen is dit een fraaie foto, maar het is ook een bijzondere soort. Oranje oesterzwam is pas in 2007 voor het eerst gevonden in Nederland. De soort nam gestaag toe, maar tegenwoordig is hij een stuk algemener en is al in 303 atlasblokken (5 km2) waargenomen.

Oranje oesterzwam is een soort die op dood hout groeit. De soort wordt voornamelijk gevonden op de zandgronden. Vondsten in het rivierengebied zijn erg zeldzaam. Dit is zelfs de eerste vondst voor de Gelderse Poort en is daarom extra leuk.

Typerend voor de bovenkant van Oranje oesterzwam (foto: Jan Knuiman) is de aanwezigheid van lange, witte beharing.

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.
Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 41

Driebloemige nachtschade – Solanum triflorum (foto: Pim van der Knaap)

Er komt een stortvloed aan foto’s van de meest prachtige paddenstoelen binnen terwijl de planten toch wel echt hun top voorbij zijn. Dus om als plant in de foto van de week te belanden, moet je nog wel even je best doen. Pim van der Knaap maakte deze prachtige foto van Driebloemige nachtschade. De soort is niet inheems, maar al lange tijd (iets na 1900) ingeburgerd en is tegenwoordig vrij algemeen voorkomend in het westen van het land. In de Gelderse Poort is deze soort nog altijd erg zeldzaam, de soort wordt slechts sporadisch gevonden en is hier ook onbestendig. De soort is dan ook slechts twee keer gevonden dit jaar en we hebben toch bijna elke vierkante meter van het gebied afgestruind.

De plant die Pim vond, groeit tussen de basaltblokken op een van de kribben in de Ooijpolder. Driebloemige nachtschade is een liggende plant met diep ingesneden blad. De kelkblaadjes zijn na de bloei sterk omhoog gebogen en staan dan als een kroontje op de vrucht. De soort is voornamelijk te vinden in pioniervegetaties op open en zonnige zandbodem. Twan Teunissen deed eerder dit jaar ook al een vondst van Driebloemige nachtschade en daar zie je mooi in wat voor biotoop deze soort graag groeit.

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.
Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.