Foto van de week 14

Grote Zee-eend – Melanitta fusca (foto: André Geelhoed)

Het was erg slecht weer deze week. Zeer aannemelijk is dat de reden voor de weinige waarnemingen en het nog geringere aantal foto’s dat is gemaakt in de Gelderse Poort. Wel zijn er weer leuke waarnemingen gedaan, ook heel bijzondere, maar van sommige laat zekere determinatie nog op zich wachten (zoals van de roesten op planten die zijn gevonden door Erik van Dijk).
De foto van de week is zeker niet de beste foto, maar een bewijsplaatje van een bijzondere waarneming, namelijk van drie Grote Zee-eenden (Melanitta fusca) op de Bijlandplas. Of zoals de maker, André Geelhoed, zelf zegt: hij heeft ‘een paar vreselijke foto’s kunnen maken’.

Grote Zee-eenden leven veelal op zee, de naam geeft dat al aan. Het zijn doortrekkers of wintergasten in Nederland, maar broeden hier niet. Dat doen ze onder meer aan de Scandinavische kusten of op de Russische toendra. In Nederland worden de meeste vogels logischerwijs aan de kust gezien, maar een enkele keer duiken ze ook op langs de grote rivieren en op diepe plassen in het binnenland. Op zo’n plas heeft André deze drie eenden gevonden. Hoe bijzonder die vondst is, wordt duidelijk als we naar de waarnemingen van de afgelopen vijf jaar in de Gelderse Poort kijken. In 2021 zat er in februari een Grote Zee-eend op dezelfde plas, in 2018 ook een, en in 2017 werden er daar maar liefst vijf samen gezien. De enige andere plek in de Gelderse Poort waar de soort in deze periode werd waargenomen, was op de Bisonbaai (een individu in 2018).

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.

Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 13

Kneu – Linaria cannabina (foto: Maurice Riekert)

Op de laatste dag van maart, na ongewoon warme lentedagen, belandden we weer midden in de winter. Maart roert zijn staart! Deze foto van een groep opvliegende Kneuen (Linaria cannabina) in een sneeuwbui illustreert dit prachtig.
Dit familielid van de Vink (Fringillidae) is een in Europa wijdverspreide vogel, die het hele jaar in Nederland te vinden is. Dat zijn niet steeds dezelfde dieren, het zijn deels overwinteraars en deels (door)trekkers. In de lente en zomer, in de broedtijd, zijn de aantallen het grootst. De soort eet alleen zaden van kruiden, zoals vogelmuur, varkensgras, paardenbloem, distel en kaardenbol. Daarnaast eet hij ook zaden van cultuurgewassen zoals koolzaad, mosterdzaad en lijnzaad.
Kneu staat op de Rode lijst van Nederlandse broedvogels. De soort is enorm afgenomen sinds de jaren 70 van de vorige eeuw en de populatie is nu nog maar een kwart van die in de jaren 60. De afname is het grootst in agrarisch cultuurlandschap. Volgens Vogelbescherming Nederland is de oorzaak vooral gelegen in voedselgebrek als gevolg van het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de landbouw, veranderende gewasteelt en minder variatie daarin (denk aan de monocultuur van snijmaïs) en het verdwijnen van kruidenrijke bermen en akkerranden. Bovendien verminderde met het verdwijnen van dichte hagen nestplaatsen om te broeden. Mogelijk spelen ook voedseltekorten in de overwinteringsgebieden een rol in de achteruitgang van de soort.

Dit jaar zijn tot en met 31 maart een kleine 17.500 foto’s geplaatst bij waarnemingen in de Gelderse Poort. De ervaring leert dat de meeste waarnemingen worden gedaan in het weekend. Door de week is het aantal per dag veel minder, dat geldt ook voor de geplaatste foto’s, maar door het winterse weer op donderdag 31 maart werden er dat er wel heel erg weinig. Twee om precies te zijn. De foto van de vlucht Kneuen van Maurice Riekert is een van die twee.

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.

Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 12

Trogulus tricarinatus (foto: André Geelhoed)

Deze week aandacht voor twee in Nederland (zeer) zeldzame geleedpotigen, die allebei voornamelijk voorkomen in rivierengebied. Het gaat om Trogulus tricarinatus en Beekpyjamaspin (Singa nitidula).

Het is bepaald niet moeders mooiste, Trogulus tricarinatus, de kaphooiwagen op de foto van de week. Bovendien valt het beestje bijna weg tegen de achtergrond waarop ze is gefotografeerd. Die onopvallendheid is misschien wel de reden dat er volgens de informatie op Waarneming.nl weinig bekend is over de verspreiding in Nederland. Gedacht wordt dat de soort vooral voorkomt in rivierengebied, waar ze leeft onder stenen, in strooisel en onder rottend hout. Dat is ook de omgeving waarin André Geelhoed het beestje heeft gevonden: bij Pannerden en (zo te zien) op rottend hout. De hooiwagen is bijzonder traag. Het komt haar dan ook goed uit dat ze al net zo trage huisjesslakken op het menu heeft staan.
Eerder deze week vond Vincent Sanders in een ander deel van de Gelderse Poort (de Millingerwaard) een zeer zeldzame wielwebspin, namelijk Beekpyjamaspin. Wat een prachtige naam, niet waar? Zie voor de foto’s de waarneming van Vincent van 18 maart. Deze spin komt eveneens vooral voor in rivierengebied, maar heeft een andere leefwijze dan de eerder genoemde soort: ze maakt een web om haar prooien te vangen in de oevervegetatie, zoals in wilgen of riet.

Om een indicatie te geven van de zeldzaamheid van deze geleedpotigen: op Waarneming.nl hebben 36 gebruikers in totaal 64 waarnemingen van Trogulus tricarinatus genoteerd en 22 gebruikers deden 56 waarnemingen van Beekpyjamaspin. De vondst van Trogulus tricarinatus door André Geelhoed is de eerste voor de Gelderse Poort. De eerdere waarnemingen van Beekpyjamaspin zijn in overgrote meerderheid juist uit de Gelderse Poort met verder enkele waarnemingen ten zuiden daarvan in de uiterwaarden van de Maas.

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.

Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 11

Rugstreeppad – Epidalea calamita (foto: Bart Beekers)

Dat het lente wordt, valt niet te missen. Planten beginnen te bloeien, vlinders vliegen rond, amfibieën ontwaken uit hun winterslaap en zijn op weg naar hun paringsgronden. Bruine kikkers (Rana temporaria) bijvoorbeeld hebben al flink hun best gedaan en eiklompen in het water gelegd. Bruine kikkers zijn weliswaar een van de vroegst ontwakende amfibieën en Rugstreeppadden (Epidalea calamita) een van de laatsten, maar ook zij zijn al wakker, zoals te zien is op deze mooie foto vol strepen (sic) van Bart Beekers.
Rugstreeppad, de naam zegt het al, is makkelijk herkenbaar aan de gele streep die midden over de rug loopt. Je vindt dit padje op veel zanderige terreinen. Het is een pionier die snel verschijnt op pas opgespoten terreinen. Met zijn korte pootjes is het een slechte zwemmer, maar een goede graver. Ze overwinteren door zich diep in te graven in het zand. In de Millingerwaard waar veel zandafgravingen zijn, struikel je in de nazomer bijna over de vele, jonge, ongeveer een centimeter grote beestjes. Je ziet dan voornamelijk jonge padjes omdat die overdag actief zijn, hun ouders zijn dat vooral ’s nachts en die kunnen in de paringstijd een flinke keel opzetten. Vrouwtjes leggen eieren in snoeren (kralenkettingen van enkele duizenden eieren) in ondiep water waar de larven zich snel kunnen ontwikkelen en in de zomer het land op kruipen. Het duurt twee à drie jaar voordat de padjes geslachtsrijp zijn. Ze zijn dan circa 3 cm groot.

Afgelopen week zijn wederom heel veel foto’s geplaatst (ruim 1300), waaronder bijzonder mooie die hier helaas geen plaats konden krijgen. Zie bijvoorbeeld de foto van Vincent Sanders van Eikenstuitergalwesp (Cynips longiventris, 12 maart), of die van Wim Langbroek van Piona laminata, een watermijt (12 maart). Verder zijn er zeer bijzondere vondsten gedaan, zoals de al genoemde watermijt. Van de paddenstoelen ontdekte men Rozenzoolspoortje (Pseudomassaria sepincolaeformis) en Schorskogelzwam (Discostroma corticola), en van de korstmossen Geschubd dambordje (Acarospora moenium) en Zachte kalkstippelkorst (Verrucaria hochstetteri), om nog maar te zwijgen over de fotogenieke en bijzondere kevers en andere kleine insecten (te veel om op te noemen).

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.

Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 10

Kleidubbeltandmos – Didymodon fallax (foto: Pieter Korstanje)

Veel lentebloemen beginnen te bloeien. We zagen er al een aantal voorbijkomen in de afgelopen weken, maar nu gaat het toch echt los. Er kwamen deze week bijvoorbeeld veel foto’s bij van Kerspruim (Prunus cerasifera), van Drabasoorten (voorheen allen Vroegeling) en een heel mooie van Gulden sleutelbloem (Primula veris). En wat doe ik dan? Ik kies een foto van een mossoort! Geen bloeiende bloem dus, maar het is een foto van Pieter Korstanje die mij vrolijk stemt, zoals eigenlijk alleen lentebloemen dat kunnen.
Kleidubbeltandmos (Didymodon fallax) is een mos dat houdt van basenrijke klei- en leembodems. Het is daarom niet verrassend dat deze in de Gelderse Poort wordt aangetroffen. Het eerste deel van de naam verwijst daar ook naar. Ik heb geen idee wat ‘dubbeltand’ betekent, maar mooi vind ik de naam zeker.

Deze week zijn wederom heel bijzondere vondsten gedaan, waaronder een superzeldzaam mos, dat we niet kunnen tonen omdat het onder embargo moest komen te staan. En werd bekend dat een eerdere waarneming van een insect wel eens een soort kan zijn die al decennialang niet meer in Nederland is gezien. Het gaat hier om een Wintersteenvlieg (Taeniopteryx spec.), maar welke het precies is, wordt nog onderzocht.
Ga jij ook snel het veld in? Wie weet, vind jij iets heel bijzonders en valt jou eeuwige roem ten deel, of maak je een mooie foto van een ‘gewoon’ diertje of plantje en vind je die dan als foto van de week terug op deze site.

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.

Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 9

Dwergcicade – Idiocerus vicinus? (foto: André Geelhoed)

Het is nog niet 100% zeker, maar als het beestje op de foto echt Idiocerus vicinus blijkt te zijn, dan is dat alweer een bijzondere waarneming in de Gelderse Poort. In Nederland is nog maar van een handvol waarnemingen van deze dwergcicade vastgesteld. Deze soort leeft zowel als larve en imago op hun waardplant.

Deze dwergcicade van de familie Idiocerinae lijkt sterk op een aantal andere familieleden, en is daarom weer eens lastig van foto op naam te brengen. Het kleine spateltje aan het uiteinde van de voelspriet is kenmerkend voor het genus Idiocerinae onder de cicaden. Hier duidelijk zichtbaar, dus de familie is zeker. De soort wordt, naar verluid, vooral verward met I. lituratus, maar die overwintert niet als imago, dat zou wijzen op I. vicinus, want die doet dat wel. Verder is de soort voor het voedsel (waardplant) afhankelijk van Bittere wilg (Salix purpurea), en die komt inderdaad voor in de uiterwaarden van de Gelderse poort (al staat deze nog niet in de 5000-soortenlijst). De overwinterende adulte beestjes kunnen echter op heel diverse plaatsen aangetroffen worden, pas in het vroege voorjaar zoeken ze hun waardplant weer op. Het is dus even afwachten wat de kenners hierover zeggen, maar leuk is de waarneming van André zeker.

Het was verder de week van de terugkerende kraanvogels (ook daarvan zijn mooie foto’s gemaakt), maar bovenal de week van de zeehond die door de Waal en dus de Gelderse Poort is gezwommen. Zijn komst was al aangekondigd nadat hij in Duisburg was gespot, maar dat maakt de waarneming niet minder bijzonder: een zeehond in de Waal! Wat gaat ons dit jaar nog meer brengen? Ik ben benieuwd.

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.

Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 8

Pijlstaart – Anas acuta (foto: Rico Otten)

De eerste Kraanvogels zijn gearriveerd, de eerste vlinders vliegen (Citroenvlinder, Dagpauwoog, Atalanta en Kleine Vos). Hét signaal dat de lente begint. Heerlijk. Dat betekent ook, dat zo langzamerhand de wintergasten onder de vogels ons land gaan verlaten. De naar mijn mening mooiste wintergast onder de eenden is de Pijlstaart (Anas acuta). Het zijn sierlijke vogels met een fraaie tekening (de mannetjes) en een relatief lange nek. De vrouwtjes zijn, zoals gebruikelijk bij eenden, minder opvallend getekend en gekleurd. Zij lijken wel wat op Wilde eend (Anas platyrhynchos). De mannetjes zijn echter onmiskenbaar met hun lange, spitse, zwart-witte staart, zoals te zien op de foto. We zetten hem deze week in het zonnetje, want al over een paar weken zal hij naar de broedgronden in het Noorden zijn vertrokken.

Het gebied waar de Pijlstaart broedt strekt zich net uit tot Nederland, maar het aantal paren dat hier daadwerkelijk broedt is zeer gering. De soort staat op de Rode Lijst. Helaas wordt hij buiten Nederland nog altijd flink bejaagd. In milde winters zijn vooral in het Waddengebied, op het IJsselmeer en in de Delta soms grote groepen Pijlstaarten te vinden. In strenge winters trekken ze verder naar het Zuiden en naar Afrika. In de Gelderse Poort blijft het meestal bij enkele overwinterende individuen op diverse plassen. Gelukkig waren ze hier ook dit jaar weer te bewonderen. Ze zijn gezien met maximaal 6 mannetjes in de Millingerhof (onduidelijk is of daar ook vrouwtjes bij waren), 6 individuen in de Jezuïtenwaai en in de Kleine Gelderse Waard, 5 individuen in de Hondsbroekse Pleij, en 1 tot 4 vogels op diverse andere wateren (zoals de Oude Waal). Ze zijn er nog maar even, dus geniet ervan zolang het kan.

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.

Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 7

Parasiet op Kapjesvingermos: Pleospora physciae (foto: Henk-Jan van der Kolk)

Je moet een expert zijn om te weten wat je ziet, maar los daarvan kunnen foto’s gemaakt met de microscoop bijzonder spannende beelden opleveren. Zo ook dit grafische beeld van een bovendien zeer bijzondere vondst die Henk-Jan van der Kolk in de Ooijpolder deed. Hij vond een parasiet op Kapjesvingermos (Physcia adscendens) en microscopisch onderzoek bevestigde dat het gaat om een organisme dat parasiteert op de korstmossenfamilie Physcia. Zo’n organisme leeft en plant zich voort ten koste van het de soort waarop hij leeft, maar doodt zijn gastheer niet.
Ik ben geen expert, dus heb ik me laten voorlichten. Wat we op de foto zien, zijn een beetje gebogen lussen, dat zijn sporenzakjes (asci in wetenschappelijke taal), en in sommige van die zakjes zitten 4-cellige sporen. De vorm van het sporenzakje, het aantal sporen wat ze bevatten, de grootte van de sporen en het aantal cellen waaruit de sporen bestaan, zijn van belang voor een juiste determinatie. En dan kom je hier dus uit op Pleospora physciae.
Volgens de NDFF verspreidingsatlas is deze parasiet alleen bekend van een plaats in Zuid-Limburg (ook gevonden door Henk-Jan overigens). Nu zijn er niet veel mensen die zoeken naar parasieten, waardoor het voorkomen ervan zeer waarschijnlijk onderschat zal zijn. De extra alertheid van experts en andere waarnemers in dit 5000 soortenjaar blijkt, zoals in dit geval, interessante en nieuwe informatie op te leveren over de verspreiding en het voorkomen van soorten, allereerst voor de Gelderse Poort, maar ook voor Nederland in het geheel.
Het toeval wil dat de BLWG op woensdagavond 23 februari een lezing organiseert over parasieten op korstmossen. Kijk in de agenda van www.blwg.nl voor meer informatie en aanmelding voor deelname.

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.

Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 6

Winterakoniet – Eranthis hyemalis (foto: Vincent Sanders)

Naast nieuwe waarnemingen van al bekende soorten zijn er wederom mooie ontdekkingen gedaan deze week. Zeer zeldzame soorten tevens nieuw voor de Gelderse Poort, zoals de nachtvlinder Late meidoornspanner (Theria rupicapraria), en zeldzaamheden al wel bekend uit de regio, zoals de plant Vertakte paardenstaart (Equisetum ramosissimum). Top of the bill is echter een waarneming van een paddenstoel, die zeer waarschijnlijk nieuw is voor Nederland. Hoewel de exacte soort nog niet definitief kon worden vastgesteld, gaat het om een genus dat niet eerder in Nederland is waargenomen, namelijk Morrisographium. Het bestaan van deze familie is pas relatief kort bekend (M. Morelet, 1968) en de waargenomen paddenstoel maakt er zeer waarschijnlijk deel van uit (zie foto hieronder). Waarnemer Erik van Dijk kon de 1 mm grote staafjes op het schors niet thuisbrengen. Het forum bij waarneming.nl gaf geen soelaas, anders dan dat twee andere waarnemers wel eens iets vergelijkbaars hebben gezien, waaraan ze evenmin een naam konden koppelen. Na plaatsing van de (microscopische) foto’s op het forum van Ascofrance (http://www.ascofrance.com) herkende een Canadees de paddenstoel en deelde hij documentatie die zeer sterk lijkt op de waarneming uit Nederland. Welke soort het definitief is, zal nog verder onderzocht worden. Dat kost tijd, maar een prachtige vondst is het nu al.

Om dit heuglijke feit te vieren, kies ik voor een groepje vrolijke bloemen als uitgelichte weekfoto. Anders dan je zou verwachten, heet deze vroege lentebloeier Winterakoniet (Eranthis hyemalis). Het is een zogenoemde stinsenplant, zoals de bollensoorten Bosanemoon, Sneeuwklokje en Wilde hyacint. Stinsenplant is de benaming voor een groep niet-inheemse sierplanten die in de 18e en 19e eeuw werden geïmporteerd door rijke bewoners van stenen huizen (‘stins’ in het Fries) op landgoederen, buitenplaatsen en herenboerderijen. Het was in die tijd mode om de Engelse landschapsstijl rond deze landhuizen te kopiëren. Als deze, meestal uit zuidelijke landen afkomstige, planten zich wisten te handhaven in Nederland, hebben ze zich hier ook verspreid, ofschoon veel originele stinsensoorten nog steeds in en rond de tuinen te vinden zijn waar ze vroeger zijn aangeplant. Winterakoniet verwildert daarentegen gemakkelijker tot buiten de stinsenplaatsen. De plant komt oorspronkelijk uit bergbossen van Zuid-Europa en houdt van een beschaduwde, rijke en vochtige bodem. In Millingen is de soort dan ook op een schaduwrijke plaats aangetroffen.

De nieuwe paddenstoel (foto: Erik van Dijk)

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.

Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van week 5

Blauwe Kiekendief – Circus cyanus (foto: Maarten Bouwman)

Helaas is deze mooie vrouw Blauwe Kiekendief in vrijwel heel Nederland alleen nog maar een wintervogel die jaagt over akkers, heide en weilanden die rijk zijn aan muizen. In de zomer broedden nog enkele paren op de Wadden en Oost-Groningen.
In de Gelderse Poort zijn Blauwe Kiekendieven maar zelden langdurig aanwezig. Het betreft vooral doortrekkende exemplaren op zoek naar aantrekkelijke foerageergebieden in de winter en exemplaren die op trek gezien worden.
Gelukkig zijn ze gedurende de winter met enige regelmaat gezien.

De Blauwe Kiekendief is één van 21 soorten roofvogels die in de Gelderse poort gezien zijn. In 2022 zullen we niet al deze soorten langs zien komen, maar hopen op een nieuwe waarneming van de Vale Gier, Grijze Wouw en Steenarend kunnen we natuurlijk wel.

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.

Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.