Foto van de week 20

Schijnwolfsmelkwespvlinder – Chamaesphecia empiformis (foto: Peter Hoppenbrouwers)

Deze week ligt de schijnwerper op de soort die ook het logo vormt van de sociale media pagina’s van het 5000-soortenjaar: de Schijnwolfsmelkwespvlinder (Chamaesphecia empiformis). Wat een naam hè? Dit is een zeer zeldzame, dagactieve nachtvlinder uit de familie van de wespvlinders (Sesiidae). De soort geldt als ernstig bedreigd. Er zijn slechts enkele waarnemingen van de soort bekend, allemaal uit het Millingerduin in de Gelderse Poort. Dat is ook waar Peter Hoppenbrouwers het beestje vond.
Deze wespvlinder geldt als zeer moeilijk te determineren volgens de Vlinderstichting, omdat er grote gelijkenis is met de nauw gerelateerde Wolfsmelkwespvlinder (C. tenthrediniformis). Sommige taxonomen betwijfelen zelfs of het wel om twee soorten gaat. De Wolfsmelkwespvlinder is vrij algemeen en komt voor langs de grote rivieren, vooral in Gelderland, dus is er grote overlap in voorkomen.
Wat maakt het dan tot een Wolfsmelkwespvlinder of een Schijnwolfsmelkwespvlinder? Het onderscheid zit hem in de waardplant. De plant dus waarop de vrouwtjes, zoals deze vrouw op de foto van de week, haar eieren afzet en de rupsen zullen opgroeien. De waardplant van de Wolfsmelkwespvlinder is Heksenmelk (Euphorbia esula), die van de Schijnwolfsmelkwespvlinder Cipreswolfsmelk (E. cyparissias).

Deze week zijn er een record aantal foto’s ingestuurd. Bij het ‘ter perse gaan’ van deze blog waren dat er 3356. Er zijn ook veel nieuwe soorten bijgekomen, waardoor nu al bijna 2/3 van het doel is bereikt. Prachtig, we gaan ijverig door. Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.
Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 19

Schaakbordlieveheersbeestje – Propylea quatuordecimpunctata (foto: Hans Hof)

In mei, zo begint een bekend gezegde, legt elk vogeltje een ei. Nou die voortplantingsdrang gaat ook op voor andere soortgroepen. Overal kun je nu parende beestjes aantreffen, zoals op deze foto van de week.
Hans Hof legde dit paartje Schaakbordlieveheersbeestjes (Propylea quatuordecimpunctata) vast in de Rijnstrangen. Grappig vind ik dat het tegengesteld gekleurde beestjes lijken. De een beige met zwarte hoekige vlekken (het vrouwtje) en de ander zwart met beige hoekige vlekken (het mannetje). Maar schijn bedriegt. Het dekschild van het mannetje is feitelijk ook beige, maar bij hem zijn in dit geval de zwarte vlekken groter en in elkaar overgevloeid.
Schaakbordlieveheersbeestje is een algemene keversoort. Je kunt ze op veel plekken tegenkomen, in de stad en in het veld, bijvoorbeeld op brandnetels en in de buurt van bladluizen, want dat is hun voedsel.

Het aantal gevonden soort in de Gelderse Poort gaat nu heel snel. De natuur is los, het weer is mooi, dus veel waarnemers trekken het veld in. Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.
Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 18

Asperge – Asparagus officinalis (foto: Twan Teunissen)

Het seizoen van het witte goud is weer aangebroken, en al zijn ze nog duur, ik heb ze al gegeten. Heerlijk. De aspergeplanten die nu in de Kaliwaal en de Millingerwaard boven de grond verschijnen, zijn de verwilderde variant van deze kostbare voorjaarsgroente. Asperge kent ook een wilde, inheemse soort. Deze Liggende asperge (Asparagus officinalis subsp. prostratus) houdt van los zand en komt voor in duingebieden in West-Nederland en de Waddeneilanden. Het rivierduin lijkt ook zo’n geschikte biotoop, maar de planten die in het binnenland worden aangetroffen, zijn waarschijnlijk toch allemaal verwilderde planten van de gecultiveerde asperge (Asparagus officinalis subsp. officinalis).
Deze week zijn er weer heel veel planten ingevoerd. Planten, die eerder al werden genoteerd in vegetatieve vorm of met bladontplooiing, worden nu steeds vaker in bloei gefotografeerd. Dat maakt ze toch een stuk aantrekkelijker. Zie bijvoorbeeld de foto van Veldhondstong (Cynoglossum officinale) van Cor de Vaan (3 mei).
Ook de nachtvlinders en micro verschijnen meer en meer op de radar van de waarnemers. De familie van Dijk (Erik en Arie) en Bart Beekers vonden onafhankelijk van elkaar op dezelfde avond (4 mei) bij het Kolenbrandersbos de zeldzame en bijzonder indrukwekkend getekende Gevlamde uil (Actinotia polyodon). Daarnaast noteerden zij gewonere soorten, soms met een bizar uiterlijk, zoals de Vuursteenvlinder (Habrosyne pyritoides), of met een leuke Nederlandse naam, zoals Haarbos (Ochropleura plecta).

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.

Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 16

Dwerggors – Emberiza pusilla (foto: Paul Pijnenburg)

Een unieke vondst vastgelegd op een mooie foto. Paul Pijnenburg maakte dit portret deze week van een zeldzame Dwerggors (Emberiza pusilla) in de Gendtse polder.
Waarnemingen van de Dwerggors werden tot 2004 als superzeldzame dwaalgast beoordeeld door de Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna (CDNA). In deze eeuw zijn de waarnemingen toegenomen en wordt de soort jaarlijks wel gezien, maar vrijwel alleen aan de kust, en meestal in het najaar. In het binnenland wordt hij vrijwel nooit gezien. Voor de Gelderse Poort is het de tweede waarneming ooit. De eerste was in het najaar van 2012 toen een jong individu werd gevangen op de ringlocatie in de Ooyse Graaf. Dat maakt deze vondst van Paul Pijnenburg in de Gentse polder in het vrije veld en in het voorjaar zeer uniek.
Volgens zijn eigen informatie op waarneming.nl had hij niet direct door hoe bijzonder de waarneming is, maar werd hij er door Arjan Dwarshuis op gewezen dat het niet een ‘gewone’ Rietgors was, maar een Dwerggors. Dat je daar niet meteen aan denkt, daar kan ik helemaal inkomen en je vraagt je direct af of dat niet vaker gebeurt. Deze week bijvoorbeeld vond Erik van Dijk een zeer zeldzame Brede dovenetel (Lamium confertum) in de Ooijpolder. Ook dit is een unieke vondst. De eerste ooit voor de Gelderse Poort, maar ook hier is de vraag of deze niet gemakkelijk over het hoofd wordt gezien, vanwege de gelijkenis met andere veel voorkomende dovenetels. In het 5000-soortenjaar wordt extra goed opgelet, en zo blijkt: met succes.

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.

Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 15

Meidoorndwergbladroller – Pammene agnotana (foto: André Geelhoed)

Zo weinig foto’s er vorige week waren, zoveel zijn er deze week geplaatst. Het is duidelijk beter weer geworden. Er zijn bijvoorbeeld veel mooie foto’s bij van vogels die weer teruggekeerd zijn voor het broedseizoen in Nederland of elders in Noord-Europa. We zien onder andere Rietzanger, Cetti’s zanger, Visarend, Beflijster, Zwarte wouw en Grasmus. De Blauwborst is al langer hier en uit volle borst aan het zingen, dat levert ook deze week mooie plaatjes op. Ook de reptielen en amfibieën laten zich niet onbetuigd. Sterker nog er zijn enkele voor de Gelderse Poort bijzondere soorten verschenen: Muurhagedis, Ringslang en Boomkikker. Verder zien we veel foto’s van insecten, waaronder mooie kevers, bijen en nachtvlinders.
De foto van de week is wederom een bijzondere vondst van André Geelhoed. Hij fotografeerde in de Eendenpoelse Buitenpolder (bij Aerdt) een Meidoorndwergbladroller (Pammene agnotana). Dat is een zeer zeldzame microvlinder en het is de eerste waarneming ooit voor de Gelderse Poort. Dit familielid van de bladrollers is te vinden in oude meidoornstruwelen, maar is in Nederland slechts bekend van een paar vindplaatsen, zoals in de duinen van Meijendel en het Noordhollands duinreservaat, in Limburg en Drenthe, en – tot André hem vond – van twee andere plekken in Gelderland (Putten en Epe). De informatie op de website www.microlepidoptera.nl leert ons dat de vlinder weliswaar tot de bladrollers (Tortricidae) wordt gerekend, maar niet expliciet leeft als een bladroller. Op de vraag hoe dan wel, moet ik het antwoord schuldig blijven.
Het jaar is drie-en-een-halve maand onderweg en er zijn al aardig wat nieuwe soorten gevonden. Dat belooft wat voor de rest van het jaar. Heel goed kijken en zoeken levert echt wel wat op. Dus mijn advies is om dit Paasweekend geen eieren in de tuin te gaan zoeken, maar leuke beestjes en planten in de Gelderse Poort. Prettige Paasdagen!

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.
Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 14

Grote Zee-eend – Melanitta fusca (foto: André Geelhoed)

Het was erg slecht weer deze week. Zeer aannemelijk is dat de reden voor de weinige waarnemingen en het nog geringere aantal foto’s dat is gemaakt in de Gelderse Poort. Wel zijn er weer leuke waarnemingen gedaan, ook heel bijzondere, maar van sommige laat zekere determinatie nog op zich wachten (zoals van de roesten op planten die zijn gevonden door Erik van Dijk).
De foto van de week is zeker niet de beste foto, maar een bewijsplaatje van een bijzondere waarneming, namelijk van drie Grote Zee-eenden (Melanitta fusca) op de Bijlandplas. Of zoals de maker, André Geelhoed, zelf zegt: hij heeft ‘een paar vreselijke foto’s kunnen maken’.

Grote Zee-eenden leven veelal op zee, de naam geeft dat al aan. Het zijn doortrekkers of wintergasten in Nederland, maar broeden hier niet. Dat doen ze onder meer aan de Scandinavische kusten of op de Russische toendra. In Nederland worden de meeste vogels logischerwijs aan de kust gezien, maar een enkele keer duiken ze ook op langs de grote rivieren en op diepe plassen in het binnenland. Op zo’n plas heeft André deze drie eenden gevonden. Hoe bijzonder die vondst is, wordt duidelijk als we naar de waarnemingen van de afgelopen vijf jaar in de Gelderse Poort kijken. In 2021 zat er in februari een Grote Zee-eend op dezelfde plas, in 2018 ook een, en in 2017 werden er daar maar liefst vijf samen gezien. De enige andere plek in de Gelderse Poort waar de soort in deze periode werd waargenomen, was op de Bisonbaai (een individu in 2018).

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.

Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 13

Kneu – Linaria cannabina (foto: Maurice Riekert)

Op de laatste dag van maart, na ongewoon warme lentedagen, belandden we weer midden in de winter. Maart roert zijn staart! Deze foto van een groep opvliegende Kneuen (Linaria cannabina) in een sneeuwbui illustreert dit prachtig.
Dit familielid van de Vink (Fringillidae) is een in Europa wijdverspreide vogel, die het hele jaar in Nederland te vinden is. Dat zijn niet steeds dezelfde dieren, het zijn deels overwinteraars en deels (door)trekkers. In de lente en zomer, in de broedtijd, zijn de aantallen het grootst. De soort eet alleen zaden van kruiden, zoals vogelmuur, varkensgras, paardenbloem, distel en kaardenbol. Daarnaast eet hij ook zaden van cultuurgewassen zoals koolzaad, mosterdzaad en lijnzaad.
Kneu staat op de Rode lijst van Nederlandse broedvogels. De soort is enorm afgenomen sinds de jaren 70 van de vorige eeuw en de populatie is nu nog maar een kwart van die in de jaren 60. De afname is het grootst in agrarisch cultuurlandschap. Volgens Vogelbescherming Nederland is de oorzaak vooral gelegen in voedselgebrek als gevolg van het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de landbouw, veranderende gewasteelt en minder variatie daarin (denk aan de monocultuur van snijmaïs) en het verdwijnen van kruidenrijke bermen en akkerranden. Bovendien verminderde met het verdwijnen van dichte hagen nestplaatsen om te broeden. Mogelijk spelen ook voedseltekorten in de overwinteringsgebieden een rol in de achteruitgang van de soort.

Dit jaar zijn tot en met 31 maart een kleine 17.500 foto’s geplaatst bij waarnemingen in de Gelderse Poort. De ervaring leert dat de meeste waarnemingen worden gedaan in het weekend. Door de week is het aantal per dag veel minder, dat geldt ook voor de geplaatste foto’s, maar door het winterse weer op donderdag 31 maart werden er dat er wel heel erg weinig. Twee om precies te zijn. De foto van de vlucht Kneuen van Maurice Riekert is een van die twee.

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.

Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 12

Trogulus tricarinatus (foto: André Geelhoed)

Deze week aandacht voor twee in Nederland (zeer) zeldzame geleedpotigen, die allebei voornamelijk voorkomen in rivierengebied. Het gaat om Trogulus tricarinatus en Beekpyjamaspin (Singa nitidula).

Het is bepaald niet moeders mooiste, Trogulus tricarinatus, de kaphooiwagen op de foto van de week. Bovendien valt het beestje bijna weg tegen de achtergrond waarop ze is gefotografeerd. Die onopvallendheid is misschien wel de reden dat er volgens de informatie op Waarneming.nl weinig bekend is over de verspreiding in Nederland. Gedacht wordt dat de soort vooral voorkomt in rivierengebied, waar ze leeft onder stenen, in strooisel en onder rottend hout. Dat is ook de omgeving waarin André Geelhoed het beestje heeft gevonden: bij Pannerden en (zo te zien) op rottend hout. De hooiwagen is bijzonder traag. Het komt haar dan ook goed uit dat ze al net zo trage huisjesslakken op het menu heeft staan.
Eerder deze week vond Vincent Sanders in een ander deel van de Gelderse Poort (de Millingerwaard) een zeer zeldzame wielwebspin, namelijk Beekpyjamaspin. Wat een prachtige naam, niet waar? Zie voor de foto’s de waarneming van Vincent van 18 maart. Deze spin komt eveneens vooral voor in rivierengebied, maar heeft een andere leefwijze dan de eerder genoemde soort: ze maakt een web om haar prooien te vangen in de oevervegetatie, zoals in wilgen of riet.

Om een indicatie te geven van de zeldzaamheid van deze geleedpotigen: op Waarneming.nl hebben 36 gebruikers in totaal 64 waarnemingen van Trogulus tricarinatus genoteerd en 22 gebruikers deden 56 waarnemingen van Beekpyjamaspin. De vondst van Trogulus tricarinatus door André Geelhoed is de eerste voor de Gelderse Poort. De eerdere waarnemingen van Beekpyjamaspin zijn in overgrote meerderheid juist uit de Gelderse Poort met verder enkele waarnemingen ten zuiden daarvan in de uiterwaarden van de Maas.

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.

Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 11

Rugstreeppad – Epidalea calamita (foto: Bart Beekers)

Dat het lente wordt, valt niet te missen. Planten beginnen te bloeien, vlinders vliegen rond, amfibieën ontwaken uit hun winterslaap en zijn op weg naar hun paringsgronden. Bruine kikkers (Rana temporaria) bijvoorbeeld hebben al flink hun best gedaan en eiklompen in het water gelegd. Bruine kikkers zijn weliswaar een van de vroegst ontwakende amfibieën en Rugstreeppadden (Epidalea calamita) een van de laatsten, maar ook zij zijn al wakker, zoals te zien is op deze mooie foto vol strepen (sic) van Bart Beekers.
Rugstreeppad, de naam zegt het al, is makkelijk herkenbaar aan de gele streep die midden over de rug loopt. Je vindt dit padje op veel zanderige terreinen. Het is een pionier die snel verschijnt op pas opgespoten terreinen. Met zijn korte pootjes is het een slechte zwemmer, maar een goede graver. Ze overwinteren door zich diep in te graven in het zand. In de Millingerwaard waar veel zandafgravingen zijn, struikel je in de nazomer bijna over de vele, jonge, ongeveer een centimeter grote beestjes. Je ziet dan voornamelijk jonge padjes omdat die overdag actief zijn, hun ouders zijn dat vooral ’s nachts en die kunnen in de paringstijd een flinke keel opzetten. Vrouwtjes leggen eieren in snoeren (kralenkettingen van enkele duizenden eieren) in ondiep water waar de larven zich snel kunnen ontwikkelen en in de zomer het land op kruipen. Het duurt twee à drie jaar voordat de padjes geslachtsrijp zijn. Ze zijn dan circa 3 cm groot.

Afgelopen week zijn wederom heel veel foto’s geplaatst (ruim 1300), waaronder bijzonder mooie die hier helaas geen plaats konden krijgen. Zie bijvoorbeeld de foto van Vincent Sanders van Eikenstuitergalwesp (Cynips longiventris, 12 maart), of die van Wim Langbroek van Piona laminata, een watermijt (12 maart). Verder zijn er zeer bijzondere vondsten gedaan, zoals de al genoemde watermijt. Van de paddenstoelen ontdekte men Rozenzoolspoortje (Pseudomassaria sepincolaeformis) en Schorskogelzwam (Discostroma corticola), en van de korstmossen Geschubd dambordje (Acarospora moenium) en Zachte kalkstippelkorst (Verrucaria hochstetteri), om nog maar te zwijgen over de fotogenieke en bijzondere kevers en andere kleine insecten (te veel om op te noemen).

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.

Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 10

Kleidubbeltandmos – Didymodon fallax (foto: Pieter Korstanje)

Veel lentebloemen beginnen te bloeien. We zagen er al een aantal voorbijkomen in de afgelopen weken, maar nu gaat het toch echt los. Er kwamen deze week bijvoorbeeld veel foto’s bij van Kerspruim (Prunus cerasifera), van Drabasoorten (voorheen allen Vroegeling) en een heel mooie van Gulden sleutelbloem (Primula veris). En wat doe ik dan? Ik kies een foto van een mossoort! Geen bloeiende bloem dus, maar het is een foto van Pieter Korstanje die mij vrolijk stemt, zoals eigenlijk alleen lentebloemen dat kunnen.
Kleidubbeltandmos (Didymodon fallax) is een mos dat houdt van basenrijke klei- en leembodems. Het is daarom niet verrassend dat deze in de Gelderse Poort wordt aangetroffen. Het eerste deel van de naam verwijst daar ook naar. Ik heb geen idee wat ‘dubbeltand’ betekent, maar mooi vind ik de naam zeker.

Deze week zijn wederom heel bijzondere vondsten gedaan, waaronder een superzeldzaam mos, dat we niet kunnen tonen omdat het onder embargo moest komen te staan. En werd bekend dat een eerdere waarneming van een insect wel eens een soort kan zijn die al decennialang niet meer in Nederland is gezien. Het gaat hier om een Wintersteenvlieg (Taeniopteryx spec.), maar welke het precies is, wordt nog onderzocht.
Ga jij ook snel het veld in? Wie weet, vind jij iets heel bijzonders en valt jou eeuwige roem ten deel, of maak je een mooie foto van een ‘gewoon’ diertje of plantje en vind je die dan als foto van de week terug op deze site.

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.

Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.