Foto van de week 26

Grote snuittordoder – Cerceris arenaria (foto: Jeroen Helmer)

We zijn nu precies op de helft van het kalenderjaar, maar al veel verder in het bereiken van ons doel van 5000 soorten. Dat is mooi, heel mooi. Erik van Dijk zal ons daar in zijn maandelijkse verslag zeker meer over vertellen, dus zie daar voor de precieze stand en voortgang.

De foto van de week is er een van de Grote snuittordoder (Cerceris arenaria) gemaakt door Jeroen Helmer. Deze graafwesp wordt ook wel Gewone knoopwesp genoemd, maar de naam snuittordoder is toepasselijker omdat ze vooral snuitkevers als prooi gebruikt. De foto toont een vrouwtje dat haar prooi naar haar nest in de wand van een stierenkuil sleept.

Degenen die de voortgang van het 5000-soortenjaar hebben gevolgd, weten wel dat Jeroen Helmer een bijzondere interesse heeft voor het leven dat gedijt in de kuilen die stieren graven. We zagen al veel leuke waarnemingen (met foto’s) van hem uit die stierenkuilen voorbijkomen. In de bronstijd in het voorjaar als de hormonen door hun lijf gieren, dagen stieren concurrerende mannen uit en etaleren hun kracht door met hun voorpoten tekeer te gaan in het zand en er fikse kuilen te maken. Die kracht is belangrijk want de sterkste stier mag paren met de koeien. Diverse soorten zandbijen, grasbijen, graafwespen en zo al meer graven gangen en holletjes in de wanden van het losgewoelde zand. Ze leggen er hun eieren in en slepen prooidieren er naartoe. Andere insecten, zoals goudwespen, parasiteren weer op die nestbewoners voor hun eigen nageslacht. Ook zoogdieren als vossen en muizen gebruiken de losgewoelde grond om hun eigen holen te maken. Zo’n stierenkuil is een prachtig voorbeeld van onderlinge afhankelijkheid en biodiversiteit. Bij ARK Natuurontwikkeling is een mooie tekening van Jeroen verkrijgbaar die de sleutelrol van de stierenkuilen voor insecten in beeld brengt.

Ten slotte nog dit. Ook deze week weer zijn er heel veel nachtvlinders en micro’s gezien, de ene met een nog mooiere naam dan de andere. Wat te denken bijvoorbeeld van Kanariepietje (Agapeta zoegana) als naam voor een zeldzame gele bladroller? En de ene soort nog zeldzamer dan de andere, zoals de zeer zeldzame Schimmelbladroller (Phtheochroa rugosana), die in Nederland voornamelijk voorkomt aan de kust en in de rivierengebieden van Limburg en Gelderland.

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.
Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 25

larve Viltsnuitkever – Gymentron villosulum (foto: Cor de Vaan)

Weer fantastisch veel mooie foto’s van nachtvlinders en planten deze week. Plus allerlei bijzondere macrofoto’s van imago’s van insecten en diverse ontwikkelstadia van o.a. galmuggen en -wespen. In die geweldige oogst zitten 64 nieuwe soorten nachtvlinders en micro’s (met enkele nog onbevestigde zeldzaamheden) en 26 nieuwe soorten planten, waaronder de zeer zeldzame Polei (Chris Klaassen, 23 juni) en Veldwarkruid (Erik en Arie van Dijk, 22 juni). Bij de 22 nieuwe soorten bijen, wespen en mieren, vinden we Pseudospinolia neglecta, een zeer zeldzame goudwesp die is verzameld door Kees Goudsmids op 20 juni in Meinerswijk, maar helaas zonder foto. Helaas, want het is een fotogeniek beestje. Wanda Floor-Zwart vond het zeer zeldzame Gevlekt kalkkrieltje (22 juni ook in Meinerswijk). Dat is een van de 18 nieuwe soorten vliegen en muggen deze week. Verder zijn er 12 nieuwe kevers gevonden, waaronder de zeer zeldzame Grote blauwe halmklimmer (Vincent Sanders, 18 juni in de Millingerwaard.

De keuze voor de foto van de week is gevallen op een sterk beeld van een larve van de Viltsnuitkever (Gymentron villosulum) gemaakt door Cor de Vaan in de Millingerwaard (20 juni). Het is niet de eerste of enige waarneming van de larve van deze snuitkeversoort in de GP, maar wel de waarneming met de mooiste foto. Niet alle waarnemingen zijn al bevestigd, ook deze niet, maar dat doet niet af aan de informatie over het prille levensstadium van dit insect dat dit beeld in een blik laat zien. Geniet ervan.

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.
Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 24

Vlasbekuiltje – Calophasia lunula (foto: Remco Wester)

Ook deze week weer heel veel planten en insecten. Logisch gezien de tijd van het jaar. Van de insecten ontwikkelen sommige soorten zich van larve tot een imago (volwassen individu), anderen van rups naar pop en imago. In deze tijd van het jaar kunnen alle levensfases worden aangetroffen.
Remco Wester vond deze rups van het Vlasbekuiltje in de buurt van Arnhem op Vlasbekje (Linaria vulgaris). Vanzelfsprekend – gezien de naam – is het Vlasbekje een belangrijke waardplant van deze nachtvlinder. De rups is veel opvallender gekleurd dan het imago, die is voornamelijk grijs met helderwitte vlekken. De nachtvlinder is zowel overdag als ’s nachts actief. Vlasbekuiltje staat op de Rode lijst van bedreigde soorten. De soort is zeldzaam in Nederland, ook in de Gelderse Poort, waar hij op 3 juni voor het eerst dit jaar werd gezien in de Millingerwaard (Erik van Dijk). Daar is de soort in vorige jaren wel vaker aangetroffen, maar de plek waar Remco Wester hem vond is nieuw. Ook dat is winst van het 5000-soortenjaar.

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.
Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 23

o.a. Groene eikenbladroller – Tortrix viridana (foto: Vincent Sanders)

Een ongelooflijke oogst deze week aan insecten voor de 5000-soortenlijst. De inspanningen van verschillende groepen waarnemers leverden onder meer 131 nieuwe soorten nachtvlinders en micro’s op en 58 nieuwe soorten wantsen, cicaden en bladluizen.

Op een en dezelfde avond/nacht (4-5 juni) werden in totaal 125 soorten nachtvlinders gevonden bij het Wylerbergmeer en 114 soorten op de Paardenweide in de Ooijpolder. Wat opvalt is dat slechts een klein deel daarvan (37 soorten) op beide locaties aangetroffen werd, terwijl die locaties niet eens zo ver uit elkaar liggen. Het gaat dan ook om verschillende biotopen. Bij de dubbele soorten vinden we de Groene eikenbladroller (Tortix viridana). Deze microvlinder is eerder al gezien in de Gelderse Poort, maar zijn vliegtijd piekt in juni en dat is zichtbaar op het laken van de lichtval die Vincent Sanders had opgesteld bij het Wylerbergmeer (zie foto’s van de week). Honderden, zo niet meer, Groene eikenbladrollers landden daar op het laken. Op de Paardenweide met zijn wilgen en struwelen van meidoorn werden ze ook gespot op de lichtval die Erik van Dijk voor 24-uur natuur had opgezet, maar veel minder dan bij het eikenrijkere Wylerbergmeer.

Er zijn prachtige foto’s gemaakt van veelvoorkomende en van bijzondere soorten nachtvlinders, daar valt lastig uit te kiezen, vandaar de keuze voor een foto die een goed beeld geeft van de diversiteit aan soorten en de grote aantallen individuen die op de lichtvallen afkwamen.
Deze week zijn ook waarnemers op pad gegaan om met sleepnetten en klopnetten in de Millingerwaard insecten te zoeken. Zij vonden met die methoden onder meer veel nieuwe wantsen voor de lijst. Ik noem daarvan (vanwege de prachtige naam) Boerenwormkruidkromneus (Oncotylus punctipes, 4 juni) en de zeer zeldzame Geelkopvlowants (Halticus luteicollis, nimf 7 juni).
In de eerste 9 dagen van de maand juni zijn hierdoor al ruim 400 soorten aan de lijst toegevoegd. Een fantastisch resultaat. Wat zal de rest van de maand (en het jaar) ons nog brengen?

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.
Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

foto: Vincent Sanders

Foto van de week 22

Bieslook – Allium schoenoprasum (foto: Erik van Dijk)

Heel veel planten staan nu in bloei en er stromen dan ook heel veel foto’s van binnen op waarneming.nl. Het unieke van de Gelderse Poort is dat er met de rivieren zaden van ‘vreemde’ wilde planten mee worden gevoerd uit Duitsland of nog verder weg, of dat er ineens met het water meegevoerde tuinplanten opduiken. Deze week leverde dat bijvoorbeeld de tuinplant Roze deutzia (Deutzia scabra) op, groeiend en bloeiend op het Millingerduin (Twan Teunissen, 2 juni). Dezelfde plant is daar vorig jaar al aangetroffen, maar toen als onzekere waarneming ingevoerd in Waarneming.nl. Verder dook de uit Zuidoost-Europa afkomstige Hongaarse wikke (Vicia pannonica) op in de uiterwaarden bij Westervoort (Wies, 30 mei) en Niels Eimers vond Rivierfonteinkruid (Potamogeton nodosus) in de Oude Rijn bij Herwen (31 mei). Deze laatstgenoemde plant staat weliswaar op de Nederlandse Rode lijst, maar komt eigenlijk van nature voor in Midden- en Zuid-Europa, en delen van Azië en Amerika.

Deze week ook weer leuke waarnemingen van bijzondere, andere soorten. Ik noem, volstrekt willekeurig, Witvleugelstern (Chlidonias leucopterus) in de Rijnstrangen, Grote modderkruiper (Misgurnus fossilis) in de Kleine Gelderse Waard, beide op 2 juni, en Knautiabij (Andrena hattorfiana) bij Lobith (28 mei en 2 juni). Remco Wester vond (ook op 2 juni) bij Meinerswijk twee Wolfsmelknetwantsen (Oncochila simplex). Het is voor Nederland een zeer zeldzame soort, maar bekend van IJssel, Rijn en Waal. Deze netwants heeft vooral Cipruswolfsmelk als waardplant. Dat brengt ons weer terug bij de planten.

De foto van de week is een foto van Erik van Dijk (29 mei) van een veld vol vrolijk bloeiende Bieslook (Allium schoenoprasum) in de Hondsbroekse Pleij (Westervoort). Dit kruid is in Nederland meestal een uit tuinen verwilderde soort, maar langs de rivieren is ze inheems, zij het zeldzaam. Het vrolijke karakter nodigt uit tot een wandeling langs de rivieren, niet? Wellicht een bestemming voor Pinksteren. Fijne dagen allemaal!

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.
Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 21

Duinsabelsprinkhaan – Platycleis albopunctata (foto: Peter Hoppenbrouwers)

Een week vol spectaculaire vondsten, heel veel nieuwe waarnemingen en mooie foto’s. Allereerst vond Erik van Dijk op 21 mei een nimf Duinsabelsprinkhaan (Platycleis albopunctata) in de Ooijpolder. Zoals de naam al aangeeft, komt deze soort vooral voor in de duinen van West-Nederland en is deze superzeldzaam in het binnenland. Ooit, in 2007, werd deze sprinkhaan al eens aangetroffen in de Ooij, maar daarna niet meer. Peter Hoppenbrouwers ging op 25 mei nog eens kijken en trof er circa 30 nimfen aan (zie foto van de week). Mogelijk betreft dit een populatie die jarenlang over het hoofd is gezien. Dat is het mooie van het 5000-soortenjaar!
Dit is echter niet het enige vermeldenswaardige deze week. Peter Hoppenbrouwers vond op twee plekken Gaffelwaterjuffer (Coenagrion scitulum): in de Groenlanden en op de Vlietberg. Dat zijn de eerste waarnemingen van een libellensoort die al enkele jaren oprukt vanuit het zuiden en nu dus ook in de Gelderse Poort is beland. En bovendien vond hij een waarschijnlijke Luzernebehangersbij (Megachile rotundata). Wederom een zeer zeldzame soort. De eerste waarneming voor Nederland dateert van 2009 uit Groesbeek en de soort is daarna voor zover mij bekend niet meer in Gelderland gevonden.
En dan zijn er nog de vele soorten bladluizen die Jochem Kühnen vond bij het Wylerbergmeer. Daarvan zijn er meer dan tien nieuw voor de GP en een blijkt zelfs pas de tweede waarneming ooit op waarneming.nl te zijn: Subsaltusaphis picta.
Bovendien zijn er deze week veel prachtige en verrassende foto’s geplaatst van minder zeldzame beestjes, zoals die van een Wilgenwespvlinder door Jan Jansen (21 mei) en die van eieren van Grauwe schildwants door Wanda Floor. Duidelijk kandidaten voor de foto van de week, maar ja, dat kan er maar een zijn.
Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.
Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 20

Schijnwolfsmelkwespvlinder – Chamaesphecia empiformis (foto: Peter Hoppenbrouwers)

Deze week ligt de schijnwerper op de soort die ook het logo vormt van de sociale media pagina’s van het 5000-soortenjaar: de Schijnwolfsmelkwespvlinder (Chamaesphecia empiformis). Wat een naam hè? Dit is een zeer zeldzame, dagactieve nachtvlinder uit de familie van de wespvlinders (Sesiidae). De soort geldt als ernstig bedreigd. Er zijn slechts enkele waarnemingen van de soort bekend, allemaal uit het Millingerduin in de Gelderse Poort. Dat is ook waar Peter Hoppenbrouwers het beestje vond.
Deze wespvlinder geldt als zeer moeilijk te determineren volgens de Vlinderstichting, omdat er grote gelijkenis is met de nauw gerelateerde Wolfsmelkwespvlinder (C. tenthrediniformis). Sommige taxonomen betwijfelen zelfs of het wel om twee soorten gaat. De Wolfsmelkwespvlinder is vrij algemeen en komt voor langs de grote rivieren, vooral in Gelderland, dus is er grote overlap in voorkomen.
Wat maakt het dan tot een Wolfsmelkwespvlinder of een Schijnwolfsmelkwespvlinder? Het onderscheid zit hem in de waardplant. De plant dus waarop de vrouwtjes, zoals deze vrouw op de foto van de week, haar eieren afzet en de rupsen zullen opgroeien. De waardplant van de Wolfsmelkwespvlinder is Heksenmelk (Euphorbia esula), die van de Schijnwolfsmelkwespvlinder Cipreswolfsmelk (E. cyparissias).

Deze week zijn er een record aantal foto’s ingestuurd. Bij het ‘ter perse gaan’ van deze blog waren dat er 3356. Er zijn ook veel nieuwe soorten bijgekomen, waardoor nu al bijna 2/3 van het doel is bereikt. Prachtig, we gaan ijverig door. Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.
Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 19

Schaakbordlieveheersbeestje – Propylea quatuordecimpunctata (foto: Hans Hof)

In mei, zo begint een bekend gezegde, legt elk vogeltje een ei. Nou die voortplantingsdrang gaat ook op voor andere soortgroepen. Overal kun je nu parende beestjes aantreffen, zoals op deze foto van de week.
Hans Hof legde dit paartje Schaakbordlieveheersbeestjes (Propylea quatuordecimpunctata) vast in de Rijnstrangen. Grappig vind ik dat het tegengesteld gekleurde beestjes lijken. De een beige met zwarte hoekige vlekken (het vrouwtje) en de ander zwart met beige hoekige vlekken (het mannetje). Maar schijn bedriegt. Het dekschild van het mannetje is feitelijk ook beige, maar bij hem zijn in dit geval de zwarte vlekken groter en in elkaar overgevloeid.
Schaakbordlieveheersbeestje is een algemene keversoort. Je kunt ze op veel plekken tegenkomen, in de stad en in het veld, bijvoorbeeld op brandnetels en in de buurt van bladluizen, want dat is hun voedsel.

Het aantal gevonden soort in de Gelderse Poort gaat nu heel snel. De natuur is los, het weer is mooi, dus veel waarnemers trekken het veld in. Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.
Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 18

Asperge – Asparagus officinalis (foto: Twan Teunissen)

Het seizoen van het witte goud is weer aangebroken, en al zijn ze nog duur, ik heb ze al gegeten. Heerlijk. De aspergeplanten die nu in de Kaliwaal en de Millingerwaard boven de grond verschijnen, zijn de verwilderde variant van deze kostbare voorjaarsgroente. Asperge kent ook een wilde, inheemse soort. Deze Liggende asperge (Asparagus officinalis subsp. prostratus) houdt van los zand en komt voor in duingebieden in West-Nederland en de Waddeneilanden. Het rivierduin lijkt ook zo’n geschikte biotoop, maar de planten die in het binnenland worden aangetroffen, zijn waarschijnlijk toch allemaal verwilderde planten van de gecultiveerde asperge (Asparagus officinalis subsp. officinalis).
Deze week zijn er weer heel veel planten ingevoerd. Planten, die eerder al werden genoteerd in vegetatieve vorm of met bladontplooiing, worden nu steeds vaker in bloei gefotografeerd. Dat maakt ze toch een stuk aantrekkelijker. Zie bijvoorbeeld de foto van Veldhondstong (Cynoglossum officinale) van Cor de Vaan (3 mei).
Ook de nachtvlinders en micro verschijnen meer en meer op de radar van de waarnemers. De familie van Dijk (Erik en Arie) en Bart Beekers vonden onafhankelijk van elkaar op dezelfde avond (4 mei) bij het Kolenbrandersbos de zeldzame en bijzonder indrukwekkend getekende Gevlamde uil (Actinotia polyodon). Daarnaast noteerden zij gewonere soorten, soms met een bizar uiterlijk, zoals de Vuursteenvlinder (Habrosyne pyritoides), of met een leuke Nederlandse naam, zoals Haarbos (Ochropleura plecta).

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.

Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.

Foto van de week 16

Dwerggors – Emberiza pusilla (foto: Paul Pijnenburg)

Een unieke vondst vastgelegd op een mooie foto. Paul Pijnenburg maakte dit portret deze week van een zeldzame Dwerggors (Emberiza pusilla) in de Gendtse polder.
Waarnemingen van de Dwerggors werden tot 2004 als superzeldzame dwaalgast beoordeeld door de Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna (CDNA). In deze eeuw zijn de waarnemingen toegenomen en wordt de soort jaarlijks wel gezien, maar vrijwel alleen aan de kust, en meestal in het najaar. In het binnenland wordt hij vrijwel nooit gezien. Voor de Gelderse Poort is het de tweede waarneming ooit. De eerste was in het najaar van 2012 toen een jong individu werd gevangen op de ringlocatie in de Ooyse Graaf. Dat maakt deze vondst van Paul Pijnenburg in de Gentse polder in het vrije veld en in het voorjaar zeer uniek.
Volgens zijn eigen informatie op waarneming.nl had hij niet direct door hoe bijzonder de waarneming is, maar werd hij er door Arjan Dwarshuis op gewezen dat het niet een ‘gewone’ Rietgors was, maar een Dwerggors. Dat je daar niet meteen aan denkt, daar kan ik helemaal inkomen en je vraagt je direct af of dat niet vaker gebeurt. Deze week bijvoorbeeld vond Erik van Dijk een zeer zeldzame Brede dovenetel (Lamium confertum) in de Ooijpolder. Ook dit is een unieke vondst. De eerste ooit voor de Gelderse Poort, maar ook hier is de vraag of deze niet gemakkelijk over het hoofd wordt gezien, vanwege de gelijkenis met andere veel voorkomende dovenetels. In het 5000-soortenjaar wordt extra goed opgelet, en zo blijkt: met succes.

Klik op deze link om te zien hoeveel en welke waarnemingen er al zijn gedaan in het 5000-soortenjaar.

Klik op deze link voor een overzicht van alle foto’s van de week.