April: Inmiddels halverwege de 5000

April 2022 was aan de koele kant met nog enkele zeer koude nachten. April was wel zonnig.

Aantallen

Eind april stond de teller op 2541 soorten. Dat is 52,8% van het doel van 5000 soorten en een toename van ruim 10% in een maand tijd. 

Nieuwe soorten voor de Gelderse Poort

In totaal werden in april 64 nieuwe soorten voor de Gelderse Poort gemeld. Zoals verwacht werden in april vooral veel nieuwe insecten ontdekt. Het aantal van 64 is relatief weinig. Mogelijk werden in april relatief weinig nieuwe soorten ontdekt, omdat de Gelderse Poort in de lente en zomermaanden relatief beter bekeken wordt dan in het koude seizoen wanneer doorgewinterde biologen naar weekdieren, (korst)mossen, geleedpotigen en paddenstoelen zoeken. Het totaal aantal nieuwe soorten voor het 5000-soortenjaar kwam daarmee in april op 368. 

Een mooie nieuwe soort was bovenstaande Luciferbladroller (Pammene rhediella) die André Geelhoed ontdekte in de Groenlanden. Opmerkelijk genoeg werd deze bladroller vervolgens op meerdere plekken gezien. Ook mooi was de Kirbya moerens de ontdekking van een zeer zeldzaam vliegje door Mars Gremmen. Het was pas de tiende waarneming in Waarneming.nl.

Een nagezonden bericht was de bevestiging op 26 april van de Negendoornige Wintersteenvlieg (Taeniopteryx schoenemundi) die werd gevonden in de Millingerwaard op 26 februari. Het is de eerste vondst in Nederland van deze soort buiten Midden-Limburg waar sinds 2010 een populatie bij de Roer en de Swalm aanwezig is. Ondanks het vermoeden dat de soort van kleinere rivieren lijkt te houden, blijkt de Waal toch ook geschikt. Het is een soort uit een familie waarvan het grootste deel door watervervuiling is uitgestorven. Het water van de Waal is dus inmiddels ook schoon genoeg voor dit lid uit de orde van Steenvliegen.

Figuur 2 geeft de verdeling van nieuwe soorten over de soortgroepen weer tot en met april 2022.

Figuur 2 Verdeling nieuwe soorten over soortgroepen

Verdeling over soortgroepen

Figuur 3 laat zien dat de verdeling over de soortgroepen nog sterk door de winter gekleurd is, maar de aantallen bij insecten en ook planten nemen inmiddels flink toe. Het zal echter nog wel even duren voor kevers en nachtvlinders de (korst)mossen inhalen. De paddenstoelen zullen gedurende het jaar een diesel zijn met een lange aanloop en pas in het najaar pieken, wanneer de andere soortgroepen reeds verwelken of doodgaan. Toch zullen zodra het blad ontluikt al wel allerlei roesten en branden ontdekt kunnen worden.  

Figuur 3 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen

Op naar de 5000!

Om 5000 soorten te halen, moeten we 70% van de ooit gemelde soorten vinden in 2022. Onderstaande grafiek toont welk deel van de soorten bij een soortgroep al waargenomen zijn. Inmiddels zijn van de zoogdieren, weekdieren, mossen en korstmossen meer dan 70% van de ooit gemelde soorten gezien in 2022. Figuur 4 en 5 geven een beeld van de tussenstand.

Figuur 4 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen relatief
Figuur 5 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen absoluut

Dit artikel is een tussenstand. Waarnemers hebben enerzijds nog talloze foto’s met mogelijk nieuwe soorten en anderzijds zijn onvermijdelijk niet alle determinaties juist. Kortom de aantallen voor april gaan de komende tijd nog een beetje schuiven. Zowel omhoog als omlaag. Daarnaast kloppen de tellers bij waarneming.nl niet exact en ontstaan daardoor kleine verschillen.

Maart: Voorjaar begonnen

Maart 2022 was op de laatste dag na een historisch zonnig en droge maand met meerdere dagen van tegen de 20 graden. Kortom het voorjaar werd naar voren getrokken en veel insecten lieten ze zich voor het eerst zien. En het venijn zat in de staart met wederom een dag kou en zelfs sneeuw.

Aantallen

Eind maart stond de teller op 2056. Dat is 41,3% van het doel van 5000 soorten in alleen de drie wintermaanden. Het einde van de winter bleek met het mooie weer bijna het voorjaar met dito aanwas van soorten.

Nieuwe soorten voor de Gelderse Poort

In totaal werden in maart 117 nieuwe soorten voor de Gelderse Poort gemeld. Het totaal voor het 5000-soortenjaar kwam daarmee op 304 nieuwe soorten. In maart werd de eerste nieuwe vogelsoort voor 2022 waargenomen, de Ringsnavelmeeuw. Geen enkele waarnemer was de gelukkige; de gezenderde vogel werd elektronisch waargenomen op de meeuwenslaapplaats bij de Bijland.  

De meeste nieuwe soorten bevinden zich in het obscure gezelschap van minder opvallende beestjes als Gelis mangeriStenus juno of Tanytarsis usmaensis. Soorten waarvoor nog geen klinkende naam in Nederlands bedacht is. Ook de mooie bladwesp Sciapteryx costalis, die door André Geelhoed werd ontdekt bij het Erfkamerlingschap, was de eerste voor de Gelderse Poort en één van de weinige waarnemingen in Nederland. “Viergeelvlekbladwesp” zou een logische naam zijn.

En wederom waren mossen, korstmossen en korstmosparasieten sterk vertegenwoordigd dankzij BLWG-excursies. Zachte Kalkstippelkorst, Parasietschriftmos en Geschubd Dambordje werden bovenop het Fort van Pannerden gevonden. Voor Zachte Kalkstippelstippelkorst is dit pas de 8ste vindplek in Nederland. 

Ook leuk was de verwachte ontdekking van het Zandbijwaaiertje een parasiet op Andrena-bijen. Nieuw voor de Gelderse Poort was het Zandbijwaaiertje op Grasbij bij een gazon in het dorp Ooij (zie omslagfoto). De Grasbij wordt reeds als larve geparasiteerd en de parasiet blijft bij zijn gastheer tijdens het verpoppen en daarna bij het imago tot het Zandbijwaaiertje uitvliegt. (http://www.natuurlexicon.be/zandbijwaaiertje.html)     

Figuur 1 geeft de verdeling van nieuwe soorten over de soortgroepen weer tot en met maart 2022.

Figuur 1 Verdeling nieuwe soorten over soortgroepen

Verdeling over soortgroepen

Figuur 2 laat zien dat de verdeling over de soortgroepen nog sterk door de winter gekleurd is, maar de aantallen bij insecten en ook planten beginnen toe te nemen. Het zal echter nog wel even duren voor kevers en nachtvlinders de (korst)mossen inhalen. De paddenstoelen zullen gedurende het jaar een diesel zijn met een lange aanloop en pas in het najaar pieken wanneer de andere soortgroepen reeds verwelken of doodgaan. Toch zullen zodra het blad ontluikt al wel allerlei roesten en branden ontdekt kunnen worden.  

Figuur 2 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen

Op naar de 5000!

Om 5000 soorten te halen, moeten we 75% van de ooit gemelde soorten zien in 2022. Onderstaande grafiek toont welk deel van de soorten bij een soortgroep al waargenomen zijn. Vanzelfsprekend is dit percentage bij vlinders, sprinkhanen en libellen nog heel laag. Bij mossen, korstmossen, weekdieren en ook zoogdieren is echter al een groot deel van de buit binnen, maar sinds maart zijn de soortrijke soortgroepen van de insecten bezig met een inhaalslag.   

Figuur 3 geeft weer welk deel van de soorten per soortgroep al gezien is of nog niet gezien is.

Figuur 3 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen relatief

Figuur 4 geeft weer welk aantal soorten per soortgroep al gezien is of nog niet gezien is.

Figuur 4 Verdeling soorten 2022 over soortgroepen absoluut

Dit artikel is een tussenstand. Waarnemers hebben enerzijds nog talloze foto’s met mogelijk nieuwe soorten en anderzijds zijn onvermijdelijk niet alle determinaties juist. Kortom de aantallen voor maart gaan de komende tijd nog een beetje schuiven. Zowel omhoog als omlaag. Daarnaast kloppen de tellers bij waarneming.nl niet exact en ontstaan daardoor kleine verschillen.

Februari: Stilte voor de storm.

Februari behoort samen met November tot een van de minst dynamische maanden van het jaar. Alles wat je in Februari kunt zien, had je ook al in januari kunnen zien. Niettemin waren er in februari toch echte klappers. Wat de te denken van de Gewone Zeehond, die op de terugtocht van Duisburg naar de Noordzee pas bij de spoorbrug in Nijmegen werd opgemerkt. Hij moet kort daarvoor door de Gelderse Poort gezwommen hebben. De eerste golf Kraanvogels kondigde eind februari het voorjaar aan en de zon wint aan kracht waardoor insecten hun schuilplaatsen verlaten.

Aantallen
In januari waren al 1344 soorten gezien. In februari steeg het aantal door naar 1562. Dat is al ruim 31% van het doel van 5000 soorten in de eerste twee wintermaanden. Maar het mag duidelijk zijn, de lente is nodig om weer veel nieuwe soorten te kunnen ontdekken.

Nieuwe soorten voor de Gelderse Poort
In februari werden in totaal 64 soorten gemeld die nog nooit in de Gelderse Poort gemeld waren. De meeste soorten, die nieuw gemeld worden, betreffen kleine beestjes, paddenstoelen, weekdieren, mossen en korstmossen waarbij regelmatig een microscoop nodig is. Een mooi zeer zeldzame en zeer lokale soort, de Late Meidoornspanner zat bij het lampje bij de ingang van het kantoor van SBB in de Groenlanden. Een nieuwe soort als de Huisspringspin werd voor het eerst gemeld, maar is waarschijnlijk geen zeldzaamheid, maar is eerder onopvallend voor de meeste waarnemers. 

Figuur 1. Verdeling nieuwe soorten over soortgroepen.

Verdeling over soortgroepen
De verdeling over de soortgroepen is in februari nauwelijks veranderd. Het is immers nog winter en dezelfde soortgroepen laten zich maar beperkt of helemaal niet zien. Dat in de winter veel naar mossen en korstmossen gekeken wordt, is bekend, maar ook van veel plantensoorten zijn nog exemplaren te vinden.  Naast mossen en korstmossen is de winterperiode ook een goede periode voor het zoeken naar weekdieren en geleedpotigen. Figuur 2 geeft de verdeling weer voor wat gezien is tot en met februari.

Figuur 2. Verdeling soorten over soortgroepen.

Op naar de 5000!
Om in 2022 de 5000 soorten te zien, moeten we 75% van het totaal aantal ooit waargenomen soorten zien. Op 28 februari stond de Bioblitz teller op 1614 soorten. Dit is 32,3% van het einddoel 5000. Figuur 3 laat zien welk deel van de soorten bij een soortgroep al gezien zijn. Vanzelfsprekend is dit percentage bij vlinders, sprinkhanen en libellen heel laag. Bij mossen en korstmossen en ook zoogdieren is echter al een groot deel van de buit binnen.  Tot medio maart zal de aandacht ongeveer hetzelfde blijven. Zodra het voorjaar begin krijgt, zal de focus snel verschuiven en zullen andere soortgroepen zich aandienen.

Figuur 3. Aandeel al gezien per soortgroepen.

Veroveren eekhoorns de Gelderse Poort?

In 2004 werd de eerste eekhoorn in de Gelderse Poort geregistreerd via www.waarneming.nl. Tot 2018 zijn er acht waarnemingen van eekhoorn in het gebied gedaan. De incidentele waarnemingen komen uit de Ooijpolder (4), Duffelt (1), Rijnstrangen (1) en langs de voet van de Stuwwal (2) waar de soort zich voortplant. Een verkeersslachtoffer is aangetroffen op de Kapitteldijk nabij Leuth.  

Vanaf 2018 is er iets bijzonders aan de hand. Uit 47 waarnemingen tot op heden lijkt het dat de eekhoorn zich permanent gevestigd heeft in Kekerdom en omgeving. Rond de Sint Laurentiuskerk in Kekerdom zijn sindsdien twee eekhoornnesten aangetroffen. De nesten waren bekleed met takken en bladeren. Vooral in de eerste jaren werd de eekhoorn veel waargenomen in de pastorietuin. Op 18 september 2020 werd in diezelfde pastorietuin zelfs een volwassen individu met een jong exemplaar gezien. Het bewijs van voortplanting in de Gelderse Poort!  

De meeste waarnemingen in Kekerdom zijn gedaan in de bebouwde kom en in de periode van september tot en met februari. In het dorp is voldoende voedselaanbod doordat inwoners vogels bijvoeren. De eekhoorn pikt daar graag een graantje van mee. Er zijn tuinen waar de eekhoorn dagelijks op bezoek komt.  

Waarnemingen in de voortplantingsperiode zijn beperkt. In de zomerperiode is de range van de eekhoorn mogelijk kleiner of wordt de Millingerwaard in plaats van het dorp als foerageergebied gebruikt. In oude bossen leeft eekhoorn voornamelijk van noten en zaden. Aangezien bomen in de Millingerwaard voornamelijk populieren en wilgen betreffen, bestaat het voedsel in de voortplantingsperiode mogelijk meer uit knoppen, bladeren, bessen, schors, rupsen, vogeleieren en jonge vogels.  

Het is aannemelijk dat de eekhoorn zich heeft verspreid vanaf de Stuwwal (Beek-Ubbergen). Meerdere waarnemingen aan de voet van de Stuwwal laten namelijk zien dat eekhoorns regelmatig de grenzen van het bos opzoeken. Waarnemingen in de Ooijpolder en een verkeersslachtoffer nabij de Ooijse Graaf bevestigen het beeld dat eekhoorn uitzwerft naar noordelijke gronden. Dat er ondanks meerdere verkeersslachtoffers (2) vestiging heeft plaatsgevonden, geeft aan dat de kleine populatie in de Gelderse Poort wordt aangevuld vanuit kerngebieden (waarschijnlijk de Stuwwal).  

Mogelijk dat er in de Gelderse Poort meer gebieden geschikt zijn als leefgebied voor de eekhoorn. Vergelijkbare situaties (bebouwde kom die grenst aan natuurgebieden) zijn bijvoorbeeld te vinden in Ooij. Deze knuffelbare soort kan in ieder geval een warm welkom verwachten. Altijd leuk om een eekhoorn op de voedertafel te zien! 

Auteur: Vincent Sanders

Foto boven: Eekhoorn in de Millingerwaard (Harvey van Diek)

In het dorp Kekerdom verplaatst eekhoorn zich onder andere via daken van woonhuizen (foto: Vincent Sanders)

De een z’n dood is de ander z’n brood

Vorige week zijn een aantal wildcamera’s in de Gelderse Poort opgehangen. Hiermee is het mogelijk om een beeld te krijgen van het verborgen nachtleven en van dieren die zich niet zo snel laten zien. Een van de camera’s was gericht op een dode gans die diezelfde dag ten prooi gevallen was aan een grote buizerd. In de daarop volgende dagen is te zien wie er allemaal nog meer van gans houdt. We zien een kleine muizenfamilie, maar ook rat, das, vos, ree, zanglijster en boommarter. Er zijn gisteren meer wildcamera’s opgehangen op nieuwe locaties. Over twee weken gaan we kijken wat er deze keer voor de camera gelopen is.

De Glanzende Houtmier (Lasius fuliginosus)

De Glanzende houtmier is een sterk glanzende, zwarte, vrij grote mier met een aangename citroenlucht. Kenmerkend voor de soort is dat het achterhoofd uitgehold is. De mier leeft op en rond bomen. Ze gebruiken vaak jarenlang hetzelfde geurspoor op de bast van de boom om naar boven te lopen. Het nest van de mier wordt in een boom uitgeknaagd en ook jarenlang gebruikt. De uitgeknaagde gangen worden met honingdauw (melk van luizen) besmeerd. De luizenmelk bevat suikers die voeding zijn voor een schimmel, Cladosporium myrmecophilum, die alleen voorkomt in de nesten van deze mier. De schimmel vormt een netwerk van schimmeldraden. Uiteindelijk drogen die op, waardoor de wanden van de gangen verharden en een soort gewapende betonconstructie vormen. De mieren eten niet van de schimmel, maar ze onderhouden die voor hun veiligheid en een stevig nest.

Het belangrijkste voedsel van de Glanzende houtmier is de al genoemde honingdauw. Dit zoete sapje dat luizen uitscheiden, halen ze bij schorsluizen waarmee de mier een symbiose heeft. Een symbiose is een langdurig samenleven van tenminste twee organismen van verschillende soorten, waarbij de samenleving voor tenminste één van de organismen gunstig of zelfs noodzakelijk is. De luizen worden in ‘ruil’ voor hun melk beschermd door de mieren. Veel soorten mieren ‘melken’ luizen. Dat levert vaak conflicten op tussen verschillende soorten mieren, maar die worden bijna altijd door de Glanzende houtmier gewonnen. Omdat Rode bosmieren alleen bij daglicht foerageren en Glanzende houtmieren ook in het donker, komen overdag weggejaagde Glanzende houtmieren ’s nachts gewoon terug naar ‘hun luizenboom’ en nemen het weer over.

Deze soort kent een wijde verspreiding binnen de Gelderse Poort, Meinerswijk, Rijnstrangen, Millingerwaard, Groenlanden en nog een paar plekken in de Ooijpolder. Maar het zijn slechts 27 waarnemingen van de soort in waarneming.nl binnen de Gelderse Poort. Wellicht wordt er dit soortenjaar ook meer naar mieren gekeken en krijgen we zo een beter beeld waar bepaalde soorten mieren zitten.

Auteur: Peter Hoppenbrouwers

Glanzende houtmier – Foto: Peter Hoppenbrouwers

Getagd:

Januari: De kop is eraf!

Brandnetelvulkaantje – Leptosphaeria acuta (foto: Erik van Dijk)

Van Huismus tot Zeearend, van Europese Haas tot Otter, Grote Brandnetel tot Bijenorchis ze zijn allemaal al gemeld in de eerste weken van het jaar. En het Brandnetelvulkaantje dat op de omslag staat.

Aantallen

In één kalenderjaar 5000 soorten zien in de Gelderse Poort. Geen bossen, geen steden, geen kust en geen pleistocene zandgrond. Een enorme uitdaging dus. In januari gingen we meteen hard van start. Op 1 januari waren de eerste 476 soorten al binnen! Bijna 10% van het doel. Acht dagen later op 9 januari werd de eerste mijlpaal van 1000 soorten bereikt, maar toen was het laaghangend fruit van de winter wel geoogst. In de resterende 21 dagen van januari werden nog 344 soorten toegevoegd tot een aantal van liefst 1344 soorten. Dit is 27% van het streven van 5000 soorten. 

Dit artikel is een tussenstand. Waarnemers hebben enerzijds nog talloze foto’s met mogelijk nieuwe soorten en anderzijds zijn onvermijdelijk niet alle determinaties juist. Kortom de aantallen voor januari gaan de komende tijd nog een beetje schuiven, zowel omhoog als omlaag.

Nieuwe soorten voor de Gelderse Poort

In totaal werden 123 nieuwe soorten voor de Gelderse Poort gemeld in januari.  Een vleermuizentelling in een winterverblijf in de Groenlanden leverde eerste gemelde Franjestaart op. Jochem Kühnen vond een bladluis, Aulacorthum palustre bij het Wylerbergermeer. Deze soort werd nog nooit in Waarneming.nl gemeld.

Een drukbezochte (korst)mossenexcursie met de BLWG leverde tal van nieuwe korstmossoorten op met bijzondere namen als Vierde Cementkorst, Rommelig Olievlekje of Mosvreter. Daarnaast verschillende zeldzaamheden in opkomst door de opwarming van ons klimaat als Rood Schorsvlekje, Lipschaduwmos en Zonneklepjesmos. André Geelhoed vond bij Aerdt één exemplaar Purper Geweimos en Erik van Dijk vond een prachtige groeiplek van Wimpermos met 5 plukjes op een Es langs het Meertje. Beide korstmossen zijn overvloedig aanwezig in schone Alpenbossen, maar toch ook nog te vinden in de intensief gebruikte polders.  

Figuur 1 geeft de verdeling weer voor van de nieuwe soorten in de Gelderse Poort in januari. 

Figuur 1: Verdeling nieuwe soorten voor GP

Verdeling over soortgroepen

In januari is het winter en veel soortgroepen laten zich maar beperkt of helemaal niet zien. Dit zorgt ervoor dat de aandacht vooral uitgaat naar soortgroepen die in de winter ook goed te bekijken zijn. Dat in de winter veel naar mossen en korstmossen gekeken wordt is bekend, maar ook van veel plantensoorten zijn nog exemplaren te vinden.  Naast mossen en korstmossen is de winterperiode ook een goede periode voor het zoeken naar weekdieren en geleedpotigen. Figuur 2 geeft de verdeling weer voor wat gezien in januari.

Figuur 2 Verdeling waargenomen soorten

Op naar de 5000!

Om 5000 soorten te zien moeten we 75% van de ooit gemelde soorten zien in 2022. Figuur 3 laat zien welk deel van de soorten bij een soortgroep al gezien zijn. Vanzelfsprekend is dit percentage bij vlinders, sprinkhanen en libellen heel laag. Bij mossen en korstmossen en ook zoogdieren is echter al een groot deel van de buit binnen.  Tot medio maart zal de aandacht ongeveer hetzelfde blijven. Daarna als het voorjaar vaart krijgt, zal de focus snel verschuiven en zullen andere soortgroepen zich aandienen.

Figuur 3 Aandeel per soortgroep al gezien

Beestjes tellen in poep en dode dieren, álles voor de wetenschap

Omroep Gelderland doet op de radio verslag van het soortenjaar. Specialisten Aglaia Bouma en Jan Wieringa gaan op zoek naar insecten onder een dode ree, in uitwerpselen en in mollennesten. Luister en lees verder via onderstaande link.

https://www.gld.nl/nieuws/7539908/beestjes-tellen-in-poep-en-dode-dieren-alles-voor-de-wetenschap

Foto: Omroep Gelderland. Aglaia Bouma en Jan Wieringa zoeken naar insecten in uitwerpselen

De Bever

In 1994 werden de eerste bevers vrijgelaten in de Gelderse Poort. Na een trage start blijkt nu dat dit herintroductieproject bijzonder succesvol is geworden. De bevers uit de Gelderse Poort hebben inmiddels hun soortgenoten bereikt die in de Biesbosch zijn uitgezet.

Dit knaagdier is 70 cm à 100 cm groot (kop en romp) en gemakkelijk te herkennen aan de brede platte staart. Hun favoriete leefgebied zijn rivieren en meren met wilgen en populieren langs de oevers. Met hun beitelvormige snijtanden knagen ze complete bomen om. Dit doen ze om ervan te eten en de bast van takken en twijgen dient als wintervoer. Verder gebruiken ze de takken om er beken mee af te dammen, of om burchten mee te bouwen. Hun houtbehoefte is wel 4.000 kilo per jaar. Zo houden zij de boomgroei in toom, maken ze open plekken waar weer planten en bloemen kunnen groeien en zorgen ze voor een gevarieerde structuur en leeftijdsopbouw van het bos.

In de wintertijd knagen ze meer bomen om en dit is nu goed te zien in de Gelderse Poort langs de Bisonbaai  in de Ooijpolder (zie foto onderaan) en de Millingerwaard. Maar ook in veel andere delen van de Gelderse Poort zie je aan de vers omgeknaagde bomen dat bevers er aan het werk zijn geweest. Ze zijn meestal ‘s nachts actief maar soms ook overdag, dus goed opletten!  

Auteur: Peter Hoppenbrouwers 

Knaagsporen van bever langs de Bisonbaai en links een bever in het water (foto’s: Peter Hoppenbrouwers)

Foto boven: Bevers rusten tijdens hoogwater bovenop hun burcht waardoor ze goed waarneembaar zijn (Thijmen van Heerde)

Tv programma Buitengewoon op visite in de Gelderse Poort

Kijktip!

Vandaag is het 5000 soortenjaar op tv bij Omroep Gelderland. In het televisieprogramma Buitengewoon gaan Thijmen van Heerde en Harm Edens op zoek naar bijzondere fauna in de Gelderse Poort. Het programma is vanavond elk uur te zien vanaf 19:20. Wil je op een ander moment kijken? Klik dan op onderstaande link.

https://www.gld.nl/tv/aflevering/buitengewoon-nieuwjaarspecial/114072